Berichten weergeven met het label weidevogels. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label weidevogels. Alle berichten weergeven

29 maart 2017

Waarom blijven de weidevogels weg?

Van een uitzending van Eenvandaag:

Er zijn in Nederland steeds minder weidevogels, blijkt uit cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek. Sinds 1960 is het aantal boerenlandvogels met 60 tot 70 procent teruggelopen. Vogelsoorten als patrijzen en ringmussen komen in grote delen van Nederland bijna niet meer voor. Op sommige plekken lukt het wél om deze dramatische afname af te remmen.
Natuurorganisaties werken daar samen met boeren om weilanden op een vogelvriendelijke manier te beheren. Dat betekent anders bemesten, minder maaien en nattere velden. Even wennen voor de boer, maar het resultaat mag er zijn, de weidevogel voelt zich in die gebieden weer thuis.
EenVandaag trekt met boswachter Jenny van Leeuwen van Staatsbosbeheer het natuurgebied De Wilck in, waar veel weidevogels zitten. De afname is daar minder sterk. Boer Jan Rutte uit de Zaanstreek laat zien hoe hij bij het beheren van zijn land rekening houdt met broedende vogels.

Klik hier voor het filmpje.


15 juni 2016

Melkveehouderij moet snel grondig worden verbouwd

Een groot deel van deze tekst is gepubliceerd op 15-06-16 in de Leeuwarder Courant.

In de reportage Melk, Kaas en Landschapspijn (LC 11 juni) beschrijft Jantien de Boer trefzeker de teloorgang van het Friese platteland. De oorzaak is te vinden bij de industriële manier waarop de melk wordt geproduceerd. Dat moest zo, is ons bijgebracht, want de wereldbevolking schreeuwt om onze melk. En dan mag er natuurlijk veel.
Tot vorig jaar waren de boeren door de productiebeperking gedwongen om met de hand op de rem te melken, maar nu mogen ze produceren wat ze willen. Die vrije melkproductie dreigt op een ramp uit te lopen voor de koeien, de natuur, het milieu en ook voor de boer.
Uit een onderzoek in opdracht van de Dutch Dairymen Board blijkt dat alle melk die sinds 1 april 2015 in Europa extra wordt gemolken niet kan worden verkocht en nu als melkpoeder, boter en kaas ligt opgeslagen in pakhuizen. Het gaat om een hoeveelheid die overeenkomt met 3 miljard kilo melk, oftewel een kwart van de totale Nederlandse productie. In afwachting van betere prijzen, maar die zullen zeker niet komen zolang de boeren hun productie blijven opvoeren. En dus gaan de pakhuizen nog verder open.
Produceren voor het pakhuis terwijl tegelijkertijd het laatste restje biodiversiteit uit deze provincie wordt geperst is natuurlijk schokkend. Maar de economische werkelijkheid van de Nederlandse melkveehouderij ziet er nog grimmiger uit. Het overgrote deel van de Nederlandse gangbare melk wordt verwerkt tot bulk: kaas, boter, melkpoeder. Met deze bulkproducten is geen droge boterham te verdienen. Uit de financiële jaarverslagen van Friesland Campina, waar zo ongeveer 90% van de Nederlandse melk wordt verwerkt, blijkt dat de divisie boter, kaas en melkpoeder sinds de vorming van deze coöperatieve multinational in 2007 alleen maar verlies heeft geleden. Jaarlijks gemiddeld ongeveer € 70 miljoen. Vorig jaar, na het loslaten van het melkquotum groeide het verlies van deze divisie, die rond de 70% van de melk verwerkt, tot € 101 miljoen.
De topman van Friesland Campina Roelof Joosten zei eerder dit jaar tegen het Financieele Dagblad: ‚De eerste vijf miljard liter melk zijn zeer winstgevend, aan de volgende twee miljard verdien je niets en op de laatste drie miljard verliezen we geld.’
Dat is een nogal merkwaardig verdienmodel. Bij een normale onderneming was de knoop allang doorgehakt: we stoppen met de bulk. Die beslissing is uit de weg gegaan, en het verliesgevende deel van de melk is alleen maar toegenomen. De perspectieven zijn somber. Topman Joosten over de extra melk die Nederland produceert: ‚Die wordt verwerkt tot de laagst renderende producten zoals spotmelk of foliekaas. Dat kan iedereen maken.‘
Friesland Campina moet wel op de ingeslagen weg doormodderen, want het is een coöperatie waar de toeleveranciers, de melkveehouders, tegelijk ook de eigenaar zijn. Die kijken of Friesland Campina een over het geheel genomen acceptabele melkprijs uitbetaalt. Verder krijgt een gemiddelde melkveehouderij jaarlijks 25.000 euro subsidie, en dat helpt ook al niet om een andere weg in te slaan.
Op zich staat het een onderneming natuurlijk vrij om verliezen van de ene divisie goed te maken met de winsten van een andere divisie. Maar het wordt een ander verhaal wanneer door deze strategie de biodiversiteit om zeep wordt geholpen en aan de natuur grote schade wordt toegebracht. Die is namelijk niet van de melkveehouders, maar van ons allemaal. En het wordt natuurlijk helemaal te dol wanneer we een sector die zo huis houdt in de natuur, jaarlijks ook nog eens ongeveer € 350 miljoen aan subsidies toestoppen. En als het tegenzit mag de belastingbetaler ook nog opdraaien voor steunprogramma’s aan de melkveehouderij die zichzelf in de problemen heeft geholpen.
Overheden - zowel lokaal, provinciaal als landelijk - hebben kennelijk geen idee wat er echt aan de hand is en geven de ene na de andere vergunning af voor nog meer uitbreidingen. En als er al beperkingen vanuit een oogpunt van milieu of dierenwelzijn opdoemen, worden die met soepele regelgevingen, vakkundig uit de weg geruimd. Immers, de wereldbevolking moet worden gevoed.
Een merkwaardig argument. Uit cijfers van Wereldvoedselorganisatie (FAO) blijkt dat de Nederlandse bijdrage aan de totale zuivelproductie in de wereld 1,6%, is. Verder is ruim 70% van de wereldbevolking lacto-intolerant. Dat wil zeggen ze worden ziek van melk die niet is bewerkt. En intussen melken de boeren voor het pakhuis. Hoezo de wereldbevolking voeden?
Wie de feiten op een rijtje zet komt maar tot één conclusie: er is een grondige verbouwing van de gangbare melkveehouderij nodig. Om te beginnen moet de productie met meer dan de helft omlaag. Dat zorgt er voor dat de prijs voor de boeren fors zal stijgen omdat de verliezen verdwijnen. De rest van de melk zou het liefst biologisch moeten worden geproduceerd, maar in ieder geval via bloem- en kruidenrijke weilanden. Het gevolg: betere kwaliteit melk, de weidevogels kunnen terugkeren en de ganzen die voor steeds meer schade zorgen, blijven vrijwel zeker weg.
De ligboxstal is een ramp voor de koe en het milieu. Ze zouden moeten worden omgebouwd tot stallen waar koeien als het slecht weer is vrij kunnen lopen en liggen. Voor de rest horen koeien zoveel mogelijk buiten, en dat is met kleinere kuddes geen enkel probleem. De stallen moeten ook zo worden verbouwd dat de urine en vaste uitwerpselen aan de bron worden gescheiden. Dat scheelt enorm in de CO2 uitstoot waar het klimaat aan kapot gaat.
Zo’n verbouwing hoeft allerminst het einde van de melkveehouderij te betekenen. De schaalvergroting van de afgelopen jaren zorgde er voor dat nu 70% van de melk wordt geproduceerd door minder dan 30% van de melkveehouders. Die schaalvergroting blijkt een vergissing en moet worden teruggedraaid. In combinatie met een andere manier van produceren, komen we al een heel eind op weg naar een duurzame, natuur- en diervriendelijke melkveehouderij waar door een behoorlijke groep ondernemers ook nog een goede boterham kan worden verdiend.
Die verbouwing is niet gratis en er zullen boeren moeten stoppen. Dat moet natuurlijk op een nette manier worden geregeld, en gefinancierd. De sector, de overheid en de banken zouden elk een derde van de kosten voor hun rekening kunnen nemen. Op die manier neemt elke speler in het proces dat volledig uit de hand is gelopen, haar verantwoordelijkheid.
Het zou voor een nieuw kabinet een noodzakelijk klus in een regeerakkoord moeten zijn. Want als er niets gebeurt, dreigt de gangbare melkveehouderij weg te zakken in haar eigen onverkoopbare bulkproducten.

Marien Abrahamse
oud-redacteur
Het Financieel Dagblad

9 juni 2016

We verkopen de ziel van ons land

Filosoof
"is het met Nederland zo slecht gesteld dat we ook ons landschap moeten plunderen om te overleven? Slechts 2 procent van de Nederlanders leeft in de agrarische sector en die sector vormt ook slechts enkele procenten van het bruto nationaal product. Boeren worden wel met allerlei subsidies geholpen en twee derde van de agrarische producten wordt uitgevoerd. 'Wij' moeten zo nodig Chinese baby's voorzien van melkpoeder, Amerika voorzien van goedkope melk, voldoen aan de 'groeiende vraag van Oost-Europa en Azië'.

Maar moeten we echt onze ziel verkopen? Bijna de helft van Nederland bestaat uit weiland: dat is dus de ziel van Nederland. De ziel van ons land bestond uit weilanden met bloemen, grutto's, leeuweriken, koeien, knotwilgen, sloten... Maar omdat we ook daaraan geld willen verdienen, verkopen 'we' onze ziel. We? De gemiddelde Nederlander heeft daarover weinig te zeggen. Het is natuurlijk weer de agrarische sector die de doorslag geeft. Zelfs het kopen van biologische producten helpt maar weinig, omdat onze agrarische productie immers voor twee derde bestemd is voor de export."

Tot zover Pouwel Slurink. Verder lezen? Klik hier voor meer artikelen over kanttekeningen bij export van dierlijke producten en hier voor meer blogs over de overschatte bijdrage van de landbouwsector aan de economie.

Slurink is auteur van een boek over de mens als zin zoekende aap. Een citaat uit een boekbespreking:

De evolutie heeft ervoor gezorgd dat de mens een zekere mate van vrijheid ervaart. De mens heeft een zelfgevoel, dat in dienst staat van zelfbehoud en streeft naar status, de mens is in staat om te improviseren al naar gelang de situatie dat verlangt. Er is dus een mate van vrijheid: wij mensen zijn vrij om uit onze natuur te kiezen, maar niet om onze natuur te kiezen (172). Of anders gezegd:
Onze vrijheid lijkt dus deels een aanpassing te zijn die ons in staat stelt in verschillende omstandigheden adaptief te reageren. Enerzijds zijn we vrij, omdat we reële keuzen tussen scenario’s hebben, anderzijds tolereert de natuur geen totale vrijheid – ze leidt ons in onze keuzen door de overlevingswaarde van onze keuzen voelbaar te maken. Zoals de evolutieleer ons doet verwachten, zijn we vooral vrij als dit ons in staat stelt onze genen in een veelheid van milieus te gehoorzamen – we zijn slechts ‘een beetje’ vrij als het er bijvoorbeeld om gaat onze idealen te volgen. Als je een beetje te idealistisch bent loop je meestal al snel aan tegen het pragmatisme van je partner, baas of collega’s – of tegen je eigen vermoeidheid. De speelruimte is in feite altijd beperkt. (176)
Is er dus vrije wil? Slurink zegt: “Ja, we zijn in staat ‘in ketenen te dansen’, maar tegelijkertijd blijft het ook een dansen in ketenen – ze doen pijn, ze zijn zwaar, ze beperken ook je mogelijkheden en houden je stevig op de grond” (176). We kunnen onze driften niet ontlopen, want die driften zorgen ervoor dat we tenminste blijven vrijen, want: “een vrije wil die nooit vrijen wil zou snel uitsterven” (176).


9 februari 2016

Kun je nog ongestoord broeden op het platteland?

Melkveehouders die al hun koeien naar buiten sturen vóór het maaien van de eerste snede gras, krijgen vanaf 2016 een subsidie van 750 euro per jaar. De maatregel is bedoeld om de weidegang te stimuleren en om weidevogels ongestoord te kunnen laten broeden.
Kan een weidevogel tegenwoordig wel ongestoord broeden? Er worden door boeren voortdurend allerlei natuurlijke drempels geslecht om ongestoord geld te kunnen verdienen.

Columnist Toine Heijmans bezocht in het Friese Easterein eierzoeker Eddy en schrijft over zijn bezoek in de Volkskrant op 26 januari 2016. Kievitseieren zoeken en rapen mag niet meer, de populatie slinkt net als die van de grutto's.
Klik hier om de ontwikkeling van diersoorten in Nederland te zien. Getoond wordt eerst de neergang van het aantal grutto's.

Een citaat:
Eddy neemt me mee de Alde Dyk op. Het jaloersmakende landschap van Friesland is niet wat ik zie. Ik zie industrie. Bijna alle boeren, zegt Eddy, bouwen er deze winter een schuur bij want het melkquotum is opgeheven en de melkveehouderij kan niet anders dan intensiveren. De melkprijs is een schamele dertig cent per liter. Op de weilanden staat turbogras: snelgroeiend, weerbaar, door de vorst heen komt het op. Weilanden als biljartlakens, het water zo laag mogelijk in de sloten, de natuur dienstbaar aan de grootste veelvraat van de schepping: wijzelf.
De boer injecteert zijn grond met mest en trekt de sleepslang over het land, over de nesten. Die leuke buizerds van jou, zegt Eddy, vreten de eieren en de kievitkuikens. Het worden er almaar meer, het is niet normaal hoeveel roofvogels je ziet. Steenmarters ook. Kieviten willen rommelig land doorsneden met geultjes, waterplassen erop, ze houden van open plekken - maar de meeste boeren zaaien turbogras.
De muizenplaag van afgelopen jaar: omdat de mens een muizenwalhalla maakte van het land, met z'n lage waterstand en met z'n turbogras. De ganzenplaag: idem. Die ganzen blijven, omdat het grasland hier geweldig is.
Tot zover Eddy en Toine.
Het beeld dat oprijst uit dit citaat is dat natuur en cultuur vechten om de vrije ruimte. Geld verdienen strijdt met genieten van wat nog natuurlijk lijkt.

Kees de Pater van Vogelbescherming Nederland schreef in een ingezonden brief op 6 februari:
Koeien vroeg de wei in sturen is niet zonder meer goed voor weidevogels. Staatssecretaris Van Dam wil boeren belonen met 750 euro als ze hun koeien vroeg het land in sturen. Dat zou goed voor het vee en de weidevogels zijn. Dat laatste valt te betwijfelen. Alleen bij een heel klein aantal koeien per oppervlakte kunnen sommige soorten weidevogels, zoals de kievit, er iets aan hebben. Bij hoge aantallen koeien wordt het land kaal gegraasd en hebben weidevogels er niets aan. Voor onze nationale vogel, de grutto, haalt deze maatregel sowieso niets uit. Die broedt niet in weilanden waar kort daarvoor koeien hebben gegraasd.

Tot zover de Pater.

Onder druk van de export wordt alles vloeibaar.

11 januari 2016

Wanbeleid oorzaak overschrijding fosfaatplafond

Overheid moet nu ingrijpen

Persbericht Milieudefensie. Amsterdam, 11 januari 2016 - Milieudefensie is niet verbaasd over de cijfers van CBS die aangeven dat Nederland in 2015 het fosfaatplafond heeft overschreden door toename van de mestproductie. Deze toename komt vooral voor rekening van de melkveehouderij, die ongebreideld heeft kunnen groeien. Milieudefensie vindt dat staatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam snel moet ingrijpen en moet kiezen voor een grondgebonden veehouderij.
Nederland heeft in 2015 het fosfaatplafond van 172,9 miljoen kilo ruimschoots overschreden. De productie groeide met 4,6 miljoen kg tot 176,3 miljoen kg fosfaat, meldt het CBS. Door het einde van de melkquotering op 1 april 2015 is de melkveestapel gegroeid. Jacomijn Pluimers campagneleider Milieudefensie: “Die groei is eerder begonnen en iedereen heeft aan zien komen dat we het fosfaatplafond zouden gaan overschrijden. De overheid heeft niet op tijd en niet met juiste beleid ingegrepen. We hebben te maken met wanbeleid.”

Volgens Milieudefensie is dit het moment om de groei van de veestapel verplicht te koppelen aan de oppervlakte grond waarop mest wordt uitgereden. Grondgebondenheid moet uitgangspunt worden van het beleid, zodat voer en mest in een lokaal gesloten kringloop van maximaal 20 kilometer wordt geproduceerd en afgezet. Bedrijven die verder uit willen breiden kunnen dat alleen als er voldoende grond beschikbaar is voor de mest.

Groei van de melkveestapel leidt tot veel meer problemen dan overschrijding van fosfaatplafond. De groei gaat gepaard met verdergaande schaalvergroting. Het aantal megastallen neemt toe, volgens het CBS zijn dat er nu 355, en er staan steeds minder koeien in de wei. Het ammoniakplafond komt in gevaar en met de verdergaande intensivering zal de biodiversiteit verder afnemen. De grutto, bij uitstek een Hollandse weidevogel, wordt ernstig bedreigd.

20 februari 2015

Ganzen en muizen verdringen de weidevogels

Door de monocultuur van ingezaaid raaigras op de Hollandse weiden is de woonomgeving voor weidevogels vervangen door een vreetschuur voor dieren die eigenlijk niemand in deze getalen graag op het land ziet. De Nederlandse melkveehouder is getroffen door plagen van Bijbelse afmeting.
Wat te doen? Er zijn oplossingen genoeg, maar zijn die naar de zin van de boeren? De weides zijn bedoeld om gras van te maaien en te voeren aan de koeien die op stal staan. Het is best mogelijk om de koeien naar de weide te brengen, maar op deze wijze denken boeren meer te kunnen melken en dus te verdienen.
Het liefst willen de boeren een direct effectieve maatregel: uitroeiing door de muizen te vergiftigen, te verzuipen of te “mollen”. Voor de ganzen lijkt hen afschot het handigst, ook tijdens het broedseizoen want dan zitten ze toch al stil. Deze ingrepen vallen slecht bij het grote publiek, te meer omdat deze alsmaar moeten worden herhaald om hun effect te hebben.
Het is best mogelijk om weer te gaan sturen op een ecologisch evenwicht, maar die op lossingen nemen tijd en leveren de boer minder op. Dat de boer door de schaalvergroting en de slechte perspectieven om nog geld te blijven verdienen inmiddels het water aan de lippen staat, maakt het ook niet gemakkelijker om toe te geven dat hij heeft meegewerkt aan een letterlijk doodlopende ontwikkeling.
Wat te doen wanneer je geen boer bent en toch wil helpen aan een positieve ontwikkeling waar boer en burger beiden wat aan hebben? Er zijn vele partijen in de samenleving waar je steun aan kunt geven en die een bijdrage leveren aan een oplossing. Belangrijk is te constateren dat er altijd maatregelen genomen moeten worden op verschillende niveaus. Op het ene niveau moeten grenzen worden gesteld aan de beperkte keuzemogelijkheden van boeren. Boeren zouden het perspectief voorgehouden moeten worden waarbij juist niet schaalvergroting en de dieren tot het bot uitmelken de enige manier is om het financiële hoofd boven water te houden.
Op het andere niveau zouden maatschappelijke organisaties goede en eerlijke voorlichting moeten geven aan wat de burger kan doen om bij te dragen aan ontwikkelingen naar een ecologische balans. Op de plek waar burger en ondernemers elkaar dagelijks ontmoeten, de supermarkt, zouden beide groepen kunnen besluiten om niet meer producten af te nemen die het gevolg zijn van onverantwoorde productie: kiloknallers en andere dierlijke producten afkomstig van bedrijven die gericht zijn op de export.
Het is toch de export die de kurk vormt waarop de Nederlandse economie drijft? Het is toch goed wanneer Nederlandse boeren die verantwoord produceren hun producten en productiewijze kenbaar maken aan het buitenland? Daar is toch vraag naar deze goedkope producten?
Het is zeker zo dat goed voorbeeld, goed doet volgen, maar de huidige situatie is dat goedwillende boeren in het buitenland worden weggedrukt uit de markt door overproducerende landen als Nederland en de VS. Het effect is eigenlijk dat niet het goede uit ons land wordt geëxporteerd, maar de hebzucht. En die hebzucht wordt verbeeld door de vette ganzen en miljoenen muizen die vreten aan de wortels van het eiwitrijke raaigras. Die dieren zijn niet de oorzaak van de ellende, maar onbedoelde en onuitgenodigde gasten aan tafel van een wereld die uit balans is.

7 oktober 2014

Worden kinderen valselijk voorgelicht over bio-industrie?

Varkensboeren trekken ten strijde tegen schoolboeken die kinderen valselijk over het agrarische bedrijf zouden informeren. De Nederlandse Vakbond Varkenshouders (NVV) heeft een meldpunt geopend waar klachten over 'suggestieve, foute, misleidende en/of niet objectieve' leermiddelen over de landbouw terecht kunnen. Dat moet tot een zwartboek leiden.
Als voorbeeld haalt de varkenshoudersvakbond een tekst aan uit de lesmethode 'Wijzer door natuur en techniek', voor groep zeven van de basisschool. Uitgegeven door de grote schoolboekenuitgeverij Noordhoff. Daarin staat: 'Boeren hebben de meeste natuur in akkers en weilanden veranderd. Daar is geen natuurlijk evenwicht. Er groeit vaak maar één plantensoort.' En: 'Ook het vee leeft niet natuurlijk. In de bio-industrie leven dieren in grote aantallen dicht op elkaar. (...). Bioboeren werken op een natuurlijker manier.'
En dat terwijl de varkensboeren, zegt de NVV, meer doen aan dierenwelzijn dan ze wettelijk zijn verplicht.
Tot zover de Volkskrant.

De boeren waar het in dit bericht omgaat, en die maar één plantensoort (Engels Raaigras) hebben, zijn waarschijnlijk melkveehouders. Van die monotone graszoden en de verlaging van de grondwaterstand hebben vooral de weidevogels te lijden, zie de site van Redt de Rijke Weide.

Varkensboeren zijn vaak niet grondgebonden. Dat wil zeggen dat zij voer van het land van andere (buitenlandse) boeren betrekken en bij andere boeren ook hun mest laten uitrijden.
Voor wie foto’s wil zien van hoe dieren als varkens dicht op elkaar leven in bio-industrie, kijk eens op de site van Jo-Anne McArthur.

Overigens is de twijfel of biologische veehouders wel zo veel diervriendelijker zijn terecht. Zie ook de opzettelijke spraakverwarring tussen boeren, burgers en ambtenaren.

Wie weten met welke valse argumenten boeren zelf de bio-industrie verdedigen en wat het weerwoord is, klik hier.

4 juni 2014

Strijd om de weide

Doordat een aantal grootschalige melkveehouders de laatste jaren niet zoveel rekening hielden met de leefomgeving van weidevogels en insecten, verliest het Nederlandse landschap een aantal iconische fauna. De grutto is daar een van. Hoe kunnen melkdrinkers en melkboeren bijdragen aan een gezonde natuur? In Strijd om de Weide zocht Andrea van Pol op het Food Film Festival afgelopen mei naar een antwoord.



In de registratie van de discussie tussen de diverse belangengroepen wordt helder gemaakt hoe het komt dat de oorspronkelijke biodiversiteit tegenwoordig teruggedrongen is tot 40.000 van de 1 miljoen hectare landbouwgrond.

5 mei 2014

Agrarische bedrijfsvoering is funest voor de veldleeuwerik

Caspar Janssen interviewt in de Volkskrant van 3 mei Henk Jan Ottens, bioloog en werkzaam bij de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief.
Een citaat:

‘Een veldleeuwerik heeft voor het uitbroeden van de eieren ongeveer twee weken nodig. Dat is niet lang voor een zangvogel. Daarna zitten de jongen gemiddeld acht dagen in het nest. Ze ontwikkelen in die periode sterke poten om weg te kunnen lopen. Na die acht dagen komen ze uit het nest en hebben ze nog zes dagen buiten hun nest, waarin ze hun vleugels ontwikkelen en een beetje kunnen fladderen. Daarna zijn ze nog een dikke tien dagen afhankelijk van hun ouders. Alles bij elkaar hebben ze dus 35 tot 40 dagen nodig om onafhankelijk te worden. Dat is niet veel, maar in de moderne landbouw gebeurt er in die periode bijna altijd wel iets waardoor het broedsel mislukt.
'De grootste valkuil is het grasland. Dat is misschien wel de beste habitat om te broeden, daar verstoppen ze graag hun nest in. Maar ze hebben simpelweg te weinig tijd. Tegenwoordig wordt vanaf het voorjaar gemiddeld om de 33 dagen gemaaid. Daar kunnen ze niet meer tegenop.
'Het lage broedsucces is de sleutelfactor in de achteruitgang van de veldleeuweriken. In mijn onderzoeksgebied bij Finsterwolde en Ganzendijk lopen gemiddeld anderhalf jong, waar ze drie jongen nodig hebben om de populatie op peil te houden. Dan moet je bedenken dat ze drie legsels per seizoen hebben en ieder legsel bestaat uit vier of vijf eieren. Van die drie legsels hoeft er dus maar 1 succesvol te zijn, drie jongen hoeven maar te overleven. Maar het lukt ze dus niet.
'Ik loop niet voor niets in dat gebied. In het agrarisch natuurbeheer gaat veel geld om, dus wil je ook weten wat dat oplevert. Het gaat dan vooral om de aanleg van kruidenrijke akkerranden. De veldleeuwerik foerageert daar wel, maar hij broedt er niet. Dat doet hij in de gewassen zelf. In dit gebied is dat veel wintertarwe, daar konden ze tot voor kort nog wel succes hebben, vroeg in het seizoen. Maar tegenwoordig komen daar de mestinjectoren. De nesten worden kapot gereden en er sleept ook nog eens een slang achteraan zodat die injector niet steeds terug hoeft naar de boerderij om de mesttank te vullen. Alle nesten gaan om zeep. Dat los je dus niet op met akkerrandenbeheer. Het enige gewas waarin veldleeuweriken nu nog een kans hebben in Oost-Groningen is luzerne. Maar luzerne wordt maar zeer weinig verbouwd.
'Wat kun je doen? Extensievere teelt zou helpen. Iets holler zaaien, dus minder dichte gewassen. Maar om te beginnen: de erkenning dat de schoonheid van het landschap ook belangrijk is. Er is zo veel leven verdwenen in korte tijd. En niet alleen de veldleeuwerik. Ik loop door die akkers en kan soms alleen maar denken: wat is het hier schrikbarend stil geworden.'

Tot zover de Volkskrant.
Klik hier voor het geluid van de veldleeuwerik.

15 juni 2013

Slechts 5 procent weide is bloemrijk

Caspar Janssen benoemt in de Volkskrant van 14 juni een opvallend fenomeen: Nederlanders denken dat een groene weide een gezond teken is. Helaas, de werkelijkheid is minder romantisch.
De totale oppervlakte aan grasland in Nederland, ongeveer een miljoen hectare, kan nog een twintigste deel, rond de 50 duizend hectare, doorgaan voor bloemrijk. De ene helft daarvan dient als weidevogelreservaat, de andere helft is in gebruik van boeren die in ruil voor subsidie natuurvriendelijk boeren.

Citaat:
Vogelbescherming Nederland hoopt het tij te keren. Het doel van hun campagne 'Red de rijke weide' is om het areaal bloemrijke weide op te voeren tot 200 duizend hectare in 2020. Dat doet de organisatie met het oog op de twintig soorten vogels die hun jongen grootbrengen in de Nederlandse weide. Met al die vogels gaat het slecht, of het nu de grutto of de scholekster is, twee soorten die grotendeels afhankelijk zijn van het Nederlandse weidelandschap als broedgebied, of de tureluur, de kievit of de veldleeuwerik.

Vogelbescherming richt zich specifiek op het bloemrijke weiland omdat uit eigen onderzoek is gebleken dat de gemiddelde Nederlander meer heeft met het weidelandschap dan met, pakweg, de grutto. De oorzaken van het verdwijnen van dat geliefde landschap is al jaren bekend. Nederland is topexporteur van melkproducten. Om te concurreren moet de melkveehouder steeds efficiënter werken. En dat heeft geleid tot de eiwitrijke, maar verder kale graslanden. Door de gekozen grassoort, door de onnatuurlijk lage grondwaterstand, door bemesting. Gerrit Gerritsen van Vogelbescherming Nederland: 'We offeren ons mooie landschap op voor de melkpoederexport.'

Het doel van 'Red de rijke weide' - er is een petitie - is om zuivelcoöperaties en politici te bewegen om voor natuurvriendelijke melk te kiezen. Zonder extra subsidie. Gerritsen: 'Het hoeft de consument slechts een paar cent per liter meer te kosten. Veel boeren willen wel. Het levert betere melk op, gezondere koeien, en een mooier landschap.'

Tot zover de Volkskrant.

Op de site van Red de rijke weide:


Wat moeten we doen?

Boeren houden rekening met weidevogels en natuur en produceren wat minder melk – maar veel meer natuur.
Zuivelfabrieken en supermarkten kopen de melk en kaas van de bloemrijke weides voor een eerlijke prijs van de boer.
Consumenten betalen een paar cent meer per liter melk.
De overheid zorgt met aangepast beleid dat deze ontwikkeling echt plaats gaat vinden.

Wat zijn weidevogels?

Zo’n 20 soorten vogels brengen hun jongen groot in de Nederlandse weide. Kievit, grutto, tureluur, scholekster en veldleeuwerik zijn de meest bekende. Nederland is de Europese kraamkamer voor heel veel weidevogels. Vooral de grutto en scholekster zijn grotendeels afhankelijk van het Nederlandse weidelandschap als broedgebied.
Waarom sterven weidevogels uit?

Simpel gesteld: door de intensieve melkveehouderij is er voor de weidevogels minder voedsel en weinig plek om jongen groot te brengen. Nodig zijn: wormen in het voorjaar, een ongestoorde broedtijd en bloemen met insecten voor de jongen. Tegenwoordig worden graslanden in het voorjaar al diep ontwaterd, waardoor de wormen te diep in de grond zitten voor de vogels. Bloemen en kruiden hebben plaats gemaakt voor snelgroeiend eiwitrijke gras, met veel te weinig insecten voor de jongen. En het gras wordt al gemaaid voordat de kuikens kunnen vliegen. Veel kuikens overleven dat niet.

Wat kunt u doen? Teken de petitie!

10 juni 2013

Van wie zijn de weidevogels?

Hier in Friesland hoor ik regelmatig mensen praten over 'ús greidefûgels' (onze weidevogels). Dat men die vogels - kievit, grutto, tureluur, scholeksters etc. - zo waardeert is natuurlijk prachtig. Maar vaak krijgt die sympathie nogal bedenkelijke trekjes. De greidefûgel heeft een aantal zgn. natuurlijke vijanden. Zoals daar zijn b.v. de vos en de roofvogel.
De adoratie voor de greidefûgel gaat bij vele 'natuurmensen' zo ver dat men bereid is genoemde predatoren genadeloos te vervolgen en liefst uit te roeien. Want, zo zegt men, de slechte stand van de populatie greidefûgels is te wijten aan optreden van de predatoren.
Gemakshalve wordt dan even vergeten dat juist de zeer ingrijpend veranderde landbouwmethoden van de mens de leefomstandigheden van de greidefûgel nadelig hebben beïnvloed. Overbemesting, laag grondwaterpeil, monocultuur van Engels raaigras, het zijn allemaal zaken die de populaties in kwantitatieve zin ernstig hebben aangetast.
In Fryslân komt daar natuurlijk nog dat idiote gebruik van kievitseieren rapen bij. Per jaar mogen er officieel ruim 6000 eieren door de eierrapers worden meegenomen en verorberd. Officieus gaat een veelvoud van het quotum mee onder de pet. Dit wordt gezien als een 'beloning' voor het feit dat na de raapperiode er aan 'nazorg' wordt gedaan, zoals nesten markeren zodat de boeren die kunnen ontzien bij het werk op het land. Hoe goed dat laatste wellicht ook bedoeld, het gestruin door de weilanden brengt veel onrust te weeg en veel deskundigen zijn van mening dat dat markeren niet alleen de boer, maar ook predatoren, wijst waar de nesten liggen.
Kortom, de toch al drastisch uitgedunde stand, wordt dan ook nog 'geteisterd' door de predatoren. Hoewel dat volkomen natuurlijk is. Niet de vos of de buizerd zorgt voor de achteruitgang van de populatie, maar de mens. En ja, als dan ook diezelfde mens, in plaats van de hand in eigen boezem te steken, de schuld bij de predatoren neerlegt, heb je de wereld op de kop gezet. Met veel sentiment wordt geklaagd dat 'ús greidefûgels' ten onder dreigen te gaan aan de roofdieren. In de eerste plaats zijn het ónze greidefûgels helemaal niet. Ze zijn (er) net zo goed van en voor de predatoren. En in de eerste plaats voor zichzelf.
Niet de vos en de buizerd moeten worden bestreden - lees gedood! - maar de mens zou eens bij zichzelf te rade moeten gaan of het misschien in de landbouw ook een tandje minder kan en het eigen (economische belang) niet altijd per definitie te laten prevaleren boven dat van natuur en milieu.

21 juni 2012

De landbouw reduceert biodiversiteit tot één soort

Bestaat wildernis nog in Nederland en waar kun je die dan vinden? Bram van de Klundert ging op zoek en verbleef in de twaalf 'wildste' Nederlandse natuurgebieden, o.a. Tiengemeten, Oostvaardersplassen en Rottumerplaat. Steeds een week overnachten in een hut of een tent zonder telefoon, radio of boeken. Vier dagen alleen zijn en ervaren wat die wildernis met je doet. Expeditie wildernis is daarmee een complete zoektocht geworden naar de betekenis van wildernis in Nederland en voor de Nederlandse samenleving. Uiteindelijk komt hij op het persoonlijke niveau uit: de combinatie van 'alleen zijn' en stilte heeft hem sterker gemaakt.
Dat hij zich tegelijkertijd druk maakt om de achteruitgang van de natuur, is geen verzet tegen verandering. “Maar omdat ik het mensen gun om de sublieme ervaring van de schoonheid van de vitaliteit van het leven mee te maken. Als ik opkom voor weidevogels of kanoeten is dat vanuit een gevoel van mededogen en respect voor al dat unieke leven.”



Van de Klundert werd geïnterviewd voor het magazine Down to Earth van Milieudefensie.
Een paar citaten:
De teloorgang van de verwondering is misschien wel een van de meest fundamentele bedreigingen voor de natuur. In Van de Klunderts tweede boek Perspectieven voor Wildernis, gaat hij in op de ‘biologisering van ons mens- en wereldbeeld’. Op allerlei vlakken worden mens en wereld tegenwoordig herleid tot hun chemisch-biologische processen: ons eten wordt gezien als verzameling nutriënten, sommige goed (omega-3), sommige fout (verzadigde vetten). Een vogel zingt mooi omdat dat de voortplanting dient. Pubers gedragen zich onverantwoordelijk omdat hun hersenen nog niet zijn uitontwikkeld (We zijn ons brein, van Dick Swaab). Van de Klundert zet daar zijn naturalistische kijk tegenover. “Vanuit de rijkdom van het bestaan. Voeding is veel meer dan alleen nutriënten. De schoonheid van de natuur is niet terug te brengen tot een chemische reactie in je hoofd.” Doe je dat wel, dan wordt het leven verarmd en plat gemaakt. “Liefde en geluk zijn strikt biologisch niet aan te tonen. Maar dat wil niet zeggen dat ze er niet toe doen. Zo geldt dat ook voor schoonheid en verwondering. Ik ben op zoek naar de dingen die belangrijk zijn in het leven.” Die dingen zijn aan de zachte kant. “Ik kan niet aantonen dat natuur belangrijk is, maar ik kan het wel ervaren.”
En:
Het agrarische cultuurlandschap is ook mooi. “Maar dat gaat nog steeds vreselijk achteruit.” Jarenlang heeft hij zich ingezet voor een natuurvriendelijke landbouw, maar nu heeft Van de Klundert het opgegeven: er is volgens hem geen redden meer aan. Hij noemt als voorbeeld de weidevogels. “Eerst probeerden we de met veel geld en moeite de kemphaan te redden, toen dat niet lukte de watersnip, toen dat niet lukte de grutto en nu moeten de boeren al geld hebben voor een koe in de wei.”
Van de Klundert is tot de conclusie gekomen dat landbouw en biodiversiteit inherent strijdig met elkaar zijn: “De landbouw reduceert de biodiversiteit tot één: dat is ook de bedoeling. Een boer wil één soort gewas op zijn akker, verder niks. Als er dan Engels raaigras met een koe op staat, is de biodiversiteit nog twee.” Het hoogst haalbare. Subsidies voor agrarisch natuurbeheer zijn dan ook weggegooid geld, volgens Van der Klundert.
“De landbouw is de enige bedrijfstak die nog fors vervuilt.” Die moet minder bestrijdingsmiddelen gebruiken, minder mest uitstoten. Maar dan nog. “Ook de bijdrage van biologische boeren aan de biodiversiteit stelt weinig voor.” De bemesting van weilanden moet tachtig tot negentig procent terug, willen we voor flora en fauna weer interessante akkers en grasland krijgen. Dat kan ook de biologische landbouw niet brengen.
Ja, hij weet ook wel dat het produceren voor de wereldmarkt een politieke keuze is. En dat dat een belangrijke drijvende kracht is achter de steeds natuurvijandigere landbouw. “Maar als je daar van af wilt, moet je allerlei handelsverdragen opzeggen en uit de Wereldhandelsorganisatie stappen. Dat gaat niet gebeuren.” Daarom is zijn conclusie: “Ik zeg het met spijt in mijn hart: landbouw en natuur moeten zoveel mogelijk worden gescheiden, anders houden we niets over.”
En:
De Nederlandse natuur moet beheerd worden door organisaties die op grotere afstand van de overheid komen. “Zodat we niet meer zoiets meemaken als deze kabinetsperiode, dat één dwaas het hele natuurbeleid kan slopen.”

24 mei 2011

Vogelbescherming wil zomerganzen schieten om winterganzen te beschermen

De opstelling van de Vogelbescherming in het aanpakken van de overlast van ganzen is merkwaardig. Zij balen ervan dat de jagers vanwege vrees voor imagoschade liever in de winter ganzen schieten dan in de zomer en dus het akkoord over ganzen tussen jagers, boeren en natuurbeschermers opbliezen. Dat is het begrijpelijke deel: in de winter schieten de jagers op overwinterende ganzen en zijn dan niet bezig de overlast van overzomerende ganzen te beperken, maar dienen puur hun eigen belang: veel overvliegende ganzen schieten, “n’importe qua welke soort”.
Onbegrijpelijker is dat de Vogelbescherming zich opwerpt voor de economische belangen van de agrarische sector. Het zijn de intensieve melkveehouders die hun vee het jaarrond op stal houden en voeren met raaigras die de overlast van de zomerganzen helpt veroorzaken. Raaigras is eiwitrijk en daar komen ganzen op af en zij vermenigvuldigen zich rijkelijk. Maar op de groene vlakten met raaigras lopen geen koeien en zijn dus ook nauwelijks de weidevogels die de Vogelbescherming zo graag ziet blijven in het landschap.
Waarom maakt de Vogelbescherming zich niet hard voor weidegang in landschap waarin ook de vos een habitat heeft? Dan kan de vos de gans binnen de perken houden. Weliswaar pakt een vos ook wel eens een weidevogel, maar dat is vaak in een wei waarin vogelbeschermers de nesten hebben gemarkeerd. Zo slim zijn de vossen nu ook wel weer.

10 mei 2011

Waarom er ook resistente bacteriën zitten op biologische groente

De ESBL-bacterie is de laatste jaren in opkomst. Meer dan 10% van de mensen hebben deze bacterie al in hun darmen. Dat kan geen kwaad totdat zij verzwakt raken en er een bacteriële infectie optreedt. Dan bestaat er een kans dat er geen enkel antibioticum meer is dat helpt de infectie te bestrijden en de dood is het gevolg. De ESBL ontstaat door overmatig gebruik van antibiotica in de intensieve veehouderij en wordt ondermeer verspreid via de mest uit de bio-industrie die wordt uitgereden over het land en dat na overbemesting door uitspoeling in de sloten terecht komt. Dan loopt iedereen kans met ESBL-bacteriën in aanraking te komen, ook zij die hoopten gezonder te eten door alleen vegetarisch of biologisch te eten.
Er wordt in ons land veel meer biologische groente geteeld dan in eigen land wordt verkocht. Het merendeel is bestemd voor de export. Om deze groente te bemesten wordt mest uit de bio-industrie gebruikt. Er is domweg niet genoeg mest voorradig dat afkomstig is van biologische veehouderijen. De biologische tuinders besproeien hun land ook met water uit sloten waarin deze bacteriën leven.
Is de besmetting nog te keren? Sommige onderzoekers menen dat het al te laat is, maar deze bedreiging van de volksgezondheid is een argument te meer om de veestapel in ons land terug te brengen tot het peil waarbij alle dieren verantwoord buiten kunnen lopen. Met verantwoord wordt hier bedoeld: waarvoor nog voldoende ruimte is in weidegebied en waarbij geen overbemesting meer optreedt. Met de terugkeer van de dieren (ook de kippen en de varkens) kan ook de weidevogel weer een gunstige habitat terugkrijgen en wordt de aanblik van het platteland weer mooi.

6 juli 2010

Friezen doden opzettelijk roofvogels

Een veel gehoorde uitspraak is dat het erg goed gaat met de roofvogels in Nederland. Niets is echter minder waar. Alleen de meest algemene roofvogel in Nederland, de buizerd, doet het met 10.000 broedparen goed; deze soort is de laatste 10 jaar min of meer stabiel. Vrijwel alle andere soorten weten zich te handhaven of gaan achteruit.
Volgens de Friese Milieu Federatie (FMF) zijn in het eerste halfjaar van 2010 in Friesland zeker 104 roofvogels gedood. "Vooral de buizerd, de bruine kiekendief en de havik moeten het ontgelden met respectievelijk 75, 14 en 12 sterfgevallen”, zegt het FMF. De aantallen zijn acht keer hoger dan in de rest van Nederland.
Deels is de Friese overkill te wijten aan "weidevogelbeschermers".

Meer lezen over roofvogelvervolging? Klik hier. Zie ook dit bericht over een ooude Friese recidivist.

10 april 2010

Is intensieve veehouderij milieuvriendelijk?

In de intensieve veehouderij worden veel dieren in een kleine ruimte bij elkaar gehouden. Omdat de mest wordt verzameld kan er invloed op worden uitgeoefend waar deze weer in het milieu teruggebracht wordt. Zouden alle dieren buiten lopen op een relatief klein terrein dan zou de natuur de belasting van hun mest niet aankunnen. Uit deze omstandigheid zou je kunnen concluderen dat de intensieve veehouderij het milieu minder belast dan diervriendelijkere veehouderij systemen waarbij de dieren in de wei lopen. Echter, de vergelijking gaat mank, want de huidige intensieve veehouderij houdt juist zoveel dieren het gehele jaar in de stal omdat zij een markt wil bedienen die veel groter is dan de veehouderij, gericht op de eigen regio, vroeger deed. Zou ons land net zoveel landbouwhuisdieren huisvesten als voor de Nederlandse voedselvoorziening nodig is, dan kan het milieu de mest gemakkelijk op een natuurlijke manier verwerken, vooropgesteld natuurlijk wanneer de boeren zich zouden houden aan het maximaal hoeveelheid dieren die een weide aankan.
Ons land wil graag via de export zoveel mogelijk vlees en zuivel op de buitenlandse markt afzetten. Om de veestapel te kunnen voeden moet het voer uit andere delen van de wereld worden aangevoerd en mag de mest niet meer volledig als bemesting over het eigen land worden uitgereden. Dit maakt dat het platteland steeds meer een industrieel karakter krijgt, waarbij voor mensen buiten de agrarische sector weinig meer valt te beleven. Het wordt er steeds minder aantrekkelijk, zelfs ongezond om te wonen.
Het is de vraag hoe lang burgers nog zullen toestaan dat zo’n groot deel van de beperkte ruimte in ons land wordt gebruikt voor exportdoeleinden, waarvan die burger zelf nauwelijks voordeel heeft. Het enige voordeel dat een consument heeft is dat vlees en zuivel goedkoper zijn dan wanneer er op een kleinschaliger en dier- en milieuvriendelijker manier dieren worden gehouden. Dat financiële voordeel van een lagere prijs in de schappen wordt ruimschoots teniet gedaan door de indirecte financiële nadelen en bedreigingen van de gezondheid en beleving van het landschap.
Het is natuurlijk in theorie denkbaar dat de Nederlandse politiek zou besluiten om de exportbelangen van de agrosector op te geven en de vlees- en zuivelproductie toch in handen te geven aan de intensieve veehouderij. Dan zou een handvol boeren de nationale behoefte kunnen dekken. Dan zouden er in wat afgelegen gebieden een paar megastallen over kunnen blijven. Maar het is veel aantrekkelijker voor boer, burger en dier om in ons land een veestapel te onderhouden die net groot genoeg is om de nationale voedselbehoefte te dekken en te laten leven in omstandigheden waarbij zowel de dieren een goed leven zouden leiden als dat buitenstaanders en omwonenden zouden kunnen genieten van een extensievere teelt in de wei.
Ook weidevogels hebben daar belang bij. Nu hebben de boeren het te druk met het voeren van hun grote veestapel om af en toe van de trekker te stappen om een nest te beschermen. LNV reageert hierop door die gebieden waar de boeren daartoe nog wel bereid zijn te steunen en de dieren in de overige gebieden vogelvrij te verklaren.
Het lijkt een dier- en milieuvriendelijk beleid, maar het is allemaal om de aandacht af te leiden van de werkelijke problemen die de grootschaligheid als gevolg van economisch hebzucht veroorzaakt.

6 december 2009

Boer daagt stichting voor kort geding over publicatie vermalen weidevogels

Woensdag 2 december 2009 was de stichting Behoud de Eemvallei gedagvaard voor een Kort Geding bij de bestuursrechter van de Rechtbank te Utrecht. De stichting bracht tijdens de rechtszitting tevens betrouwbare informatie naar voren dat de boer voordat hij met het grasmaaien op 13 mei was begonnen, helemaal geen veldinspectie op weidevogelnesten had uitgevoerd. Hij was direct gaan maaien en had via de ruit van zijn tractor gekeken of er weidevogels waren. Hij had niets gezien terwijl nota bene de grutto-ouders de tractor aanvielen.

Meer lezen over de achtergrond van de achteruitgang van de weidevogelbestand? Klik op de 'tag' "weidevogels" onder aan dit weblog.

18 augustus 2009

Boeren geven roofvogels de schuld van het vallen van slachtoffers van hun eigen maaibeleid

Jan van der Meer is projectleider IVN-opleiding Noord Nederland, maar ook onbezoldigd boa bij de AID en toezichthouder voor landschapsbeheerder It Fryske Gea. Simon Bijlsma is senior beleidsmedewerker ecologie bij de Friese Milieufederatie.

In het het vakblad voor handhavers op het gebied van Dier en Milieu, augustus 2009/4 een vraaggesprek met hen in het kader van de voorlichtingscampagne Roofvogels in Beeld. Hieruit een fragement.

Van der Meer: "Het huidige moderne boerenbedrijf, dat rendabel moet zijn, kan eenvoudig weg geen rekening houden met weidevogels. Rond mijn eigen woonplaats geven de vogelwachters aan dat de weidevogelstand met 90% is afgenomen. Dit jaar zag ik zelf op een perceel vierentwintig nesten gemarkeerd. Vervolgens was er een loonbedrijf een paar nachten aan het werk en er was niets meer over van de nesten. Opvallend was dat er vervolgens in het verslag van de vogelwacht stond dat in het bewuste perceel tweeëntwintig nesten waren gepredeerd! Van der Meer vervolgt: in plaats van de huidige landbouwmethodes als belangrijkste oorzaak van de achteruitgang aan te wijzen, geeft men de predatoren de schuld. Er zijn kennelijk boeren die er belang bij hebben om de aandacht op de roofvogels te vestigen, zo blijven ze zelf verschoond van kritiek."
Bijlsma vult aan: "Zo is er ook een economisch motief aan te wijzen voor een deel van de vervolgingsgevallen, namelijk de subsidies in het kader van weidevogelbeheer. Natuurlijk pakt een buizerd naast muizen en vele tientallen andere prooisoorten ook wel eens een jonge kievit of grutto, zonder dat dit van grote invloed is op de weidevogelstand in Friesland. Resultaatbeloning eenzijdig gericht op weidevogels werkt binnen het agrarisch weidevogelbeheer helaas roofvogelvervolging in de hand. Een beloning op basis van de inspanning die de boer levert gericht op het behoud en versterken van integrale natuurwaarden -waartoe ook roofvogels behoren- zou een veel betere zijn."

Tot zover het interview.

Elders in het blad het verslag van het proces-verbaal van een boer die (deels op tijd) werd gestopt bij het rücksichtslos maaien terwijl er vogels broeden in het gras.

4 februari 2009

De agrosector dendert door

Na de schaalvergroting in de kippen- en varkensindustrie is de melkveehouderij toe aan een megasprong. De reden is economisch. Alleen zo kan de kostprijs zo laag worden gehouden dat concurrentie op de buitenlandse mogelijk is en blijft. In de praktijk betekent dit soms meer dan 800 koeien die jaarrond op stal worden gehouden. De vestiging is niet meer alleen op het platteland, de koeienkathedralen worden zelfs binnen de gemeentegrenzen gepland.
Moet deze megalomane inname van de openbare groene ruimte niet worden tegengehouden? Zeker, maar de provinciale overheden hebben in hun beleidsinstrumenten, de Provinciale Omgevings Plannen (POP) weliswaar soms paal en perk gesteld aan nieuwvestiging van bio-industrie in de vorm van varkens- en kippenflats, maar een megamelkveestal valt nog niet onder de definitie van bio-industrie. En daar zit iets overduidelijk scheef.
De burger had van oudsher nog wat sympathie over voor de koeienboer. Velen komen uit een boerenfamilie met warme herinneringen aan de boerderij van opa en oma. Industrialisatie van het platteland (“dozen schuiven”) wordt met lede ogen aangekeken, maar de aanblik van koeien in de zomerse weide maakte veel goed en snel vergeten dat de meeste dieren uit het zicht waren verdwenen. Hoe was het ook alweer: “biologisch en bio-industrie is toch hetzelfde, of vergis ik mij”? Het zal de gemiddelde burger die slechts een handvol dagen per jaar over het platteland fietst worst zijn.

De grazige weiden worden omgevormd tot groene biljartlakens waarop de boer het gras oogst, zonder stil te staan bij de broedende weidevogels. Daarvoor heeft hij niet de tijd en het geld, want daarmee rekening houden doet hij hoogstens als de overheid de gederfde omzet met subsidie vergoedt.

De koeien die de burger nog wel buiten ziet bij een megastal zijn vaak koeien die ziek zijn en tijdelijk buiten geparkeerd worden.
De topsportende koeien binnen zijn door de hoge productie vaak uitgemergeld, maar niemand die het ziet, want anders dan vroeger op de boerderij kom je het moderne bedrijf niet meer binnen. Je zou eens ziektekiemen mee kunnen brengen.

De moderne vaderlandse boer heeft geen enkel medelijden met de verdwijnende collega’s in het buitenland die niet meer op kunnen tegen de economische concurrentie. Hun helpen met subsidies was toch tegen de zin van de burger die protesteerde tegen oneigenlijke steun vanuit Brussel met het eigen zuurverdiende belastinggeld? Laat iedere buitenlandse boer maar zijn eigen broek ophouden! In die gedachte zit natuurlijk wel wat, maar dan moeten ook de kosten voor het opruimen van de vervuiling wel worden doorberekend aan de megaboer. Nu moeten ten behoeve van het landbouwverkeer de wegen worden verbreed, extra fietspaden worden aangelegd, zodat de grotere tractoren met verhoogde snelheid kunnen door denderen naar ver weg gelegen biljartlakens.

Opzij, opzij, opzij, maak plaats, maak plaats, maak plaats.

Het gaat de herenboeren om het grote geld onder het mom van betaalbaar voedsel op uw bord. Dat het er in de werkelijkheid gaat om de producten in het buitenland op het bord te krijgen, snapt de burger al lang niet meer.
Misschien zou het melken bij de komende Olympische Spelen als een tak van indoorsport kunnen worden toegevoegd?

1 november 2005

Het aantal weidevogels loopt (onnodig) snel terug

Volgens cijfers van het CBS is het aantal kieviten, grutto's, veldleeuweriken en tureluurs met name in Noord- en Zuidholland gehalveerd.
De landbouw is de hoofdoorzaak van de teruggang.
De teruggang heeft er ook mee te maken dat de koeien nu vaker worden binnengehouden. De boer moet zelf het gras maaien om naar de stal te brengen. Bij het maaien wordt geen rekening gehouden met het leven dat in het gras schuil gaat.

Het belang van weidegang gezien vanuit verschillende invalshoeken (maatschappij, dier, milieu en economie) is samengevat in een tabel van de WUR. Het is goed zich hierbij te realiseren dat de bedrijfsvoering een belangrijke factor is. De individuele veehouder kan via zijn bedrijfsvoering effect uitoefenen op de meeste punten en zo negatieve effecten van een bepaald graslandgebruiksysteem verminderen of wegnemen.
Uit de tabel (zie lager) blijkt dat beperkte beweiding over het geheel gezien goed scoort.

Veel boeren houden hun vee binnen vanwege de mestwetgeving (Minas). Een overvloed aan mest heeft alles te maken met een (te) grote veestapel. En de veestapel is gericht op export.
Wanneer Nederland besluit om het aantal koeien terug te brengen ipv de weidevogels en de resterende, biologisch gehouden koeien onbeperkt worden geweid, is er ook geen noodzaak om het gras te maaien. Daarmee stijgen de overlevingskansen van de weidevogels.





















































































O B Z SF
Imago ++ + - -
Natuurlijk gedrag ++ ++ + +
Diergezondheid ++ + +/- +/-
Grasopbrengst en -benutting - + ++ +
Nitraatuitspoeling,
lachgasemissie, Minas-N
- + ++ ++
Ammoniakvervluchtiging,
energieverbruik, methaanemissie
+ - - - - -
Minas-P - +/- + +
Arbeid ++ + - +
Economie + + +/- -

O = onbeperkt weiden, B = beperkt weiden, in het algemeen alleen
gedurende de dag, Z = zomerstalvoedering met vers gras op stal, SF =
summerfeeding met kuilgras op stal).

Meer over "onbeperkt weiden", klik hier.

Er zijn nog veel meer onderwerpen

Dit weblog toont hierboven de laatste bijdrage of een reeks die gaan over een bepaald onderwerp dat (in)direct dieren (be)treft. Door rekening te houden met de belangen van dieren en door kritisch te zijn naar de agrosector kunt u geld besparen.

U kunt meer weblogs vinden via het klikken hieronder op de labels die bij andere weblogs werden geplaatst of onderaan via de zoekmogelijkheid. Achter elk label het aantal weblogs dat daarover gaat.

Rechts, tussen de labels en onderaan aanbevolen boeken. Via het label "filmpje" vindt u alle blogs met een Youtube- of Uitzendinggemist-video.

Dit weblog in labels (+ aantal blogs).

aalscholvers (3) actie voeren (25) afleidingsmateriaal (4) afmaken (2) afschot (9) agrarisch (90) agressie (2) agrobusiness (12) agrolobby (6) agrosector (17) AID (1) akkerbouwers (2) akkerrand (7) ambivalentie (2) ammoniak (11) antibiotica (29) apen (9) APV (1) bacteriële infectie (14) bank (5) basisbehoefte (1) bedrijfsvoering (4) beheer (6) belanghebbende (2) belastingbetaler (8) belazeren (4) beleid (15) berengeur (1) bescherming (6) besmetting (12) besparing (1) bestaanszekerheid (2) betrokkenheid (3) bever (1) beverrat (3) bewustzijn (22) bezwaren (1) bijdrage (1) bijensterfte (8) bijvangst (4) bio-industrie (53) biobrandstoffen (4) biodiversiteit (22) biologische boer (22) biomassa (4) biomassavergisting (4) biotechnologie (1) biotoop (3) blank vlees (2) blauwtong (1) Bleker (41) bloedarmoede (1) bloeddruk (1) bodem (4) boek (46) boeren (26) boerenlogica (3) bonsai kitten (1) bont (11) boombruggen (1) Brambell (1) broedgebied (1) broeikaseffect (3) broeikasgassen (8) broodfokkers (3) bruinvis (2) burger (2) carnisme (1) castratie (8) celgetal (3) circus (11) CITES (2) CIWF (11) Club van Rome (2) CO2 (14) Comfort Class-stal (3) communicatie (2) concentratiekamp (1) consumptie (32) controle (6) crisiswet (1) damherten (3) debat (12) demagogie (65) depositie (2) depressiviteit (1) derogatie (6) dierenarts (2) Dierenbescherming (25) dierenleed (103) dierenmishandeling (12) dierenpolitie (1) dierenrechten (55) dierentuinen (9) dierenwelzijn (111) dierenwelzijnscoalitie (2) dierproeven (14) dierrechten (8) diervriendelijk (14) dierziekten (13) ding (2) dioxine (2) Dirk Boon (2) discriminatie (3) documentaire (1) doden (20) dodingsmethoden (4) dolfijn (7) doodknuffelen (1) doping (1) Drenthe (1) drogredenen (42) droom (1) duiventil (2) dumping (2) duurzaamheid (36) dwangvoedering (1) ecoduct (6) ecoduiker (1) ecologie (23) economie (40) edelhert (5) eendagskuikens (2) eenzaamheid (2) EHEC (10) EHS (29) eieren (12) eiwitconsumptie (4) ekoproducten (3) emancipatie (1) emissie (3) empathie (1) ESBL (8) ethiek (19) etikettering (7) etiquette (1) EU (27) evolutie (3) exoten (3) export (72) fairtrade (1) FAO (4) fauna (5) Faunafonds (1) faunapassage (3) fazant (4) fijnstof (12) filmpje (119) filosofie (9) flora (3) foie gras (3) fokkers (7) fosfaat (5) fourageergebied (2) fraude (3) Friesland (1) fruitariër (1) GAIA (3) gans (25) geboortekrik (1) gedrag (5) geiten (12) geld verdienen (16) gemalen (1) gentech (3) Gerstenfeld (2) geur (1) gevangenschap (6) gevoelens (10) gewasschade (5) geweten (6) gezelschapsdieren (2) gezond verstand (3) gezondheid (26) Gezondheids- en WelzijnsWet voor Dieren (6) gif (11) gigastal (3) Godwin (6) goudvis (1) graan (2) grasland (2) Greenpeace (3) grenzen (3) groeibevorderaars (3) groene energie (4) GroenLinks (7) grondgebonden (5) grondrechten (13) grondwet (3) H1N1 (1) H5N1 (5) H5N8 (2) haantjes (4) Halacha (1) halal (6) handhaving (5) hart- en vaatziekten (2) hazen (4) hengelsport (4) herkomst (1) hitte (1) HLS (1) hobby (1) Hofganzen (1) Holocaust (3) hond (13) honger (11) hoorzitting (1) horeca (1) houden van (1) Hubertuslegende (1) huisdieren (35) huishoudelijk geweld (1) humor (5) hypocrisie (8) idealen (3) imago (14) import (8) inbeslaggenomen (2) infectiedruk (2) inkomensschade (1) inkomenssteun (1) inkomsten (3) innovatie (2) insecten (4) inteelt (2) integriteit (3) intelligentie (7) intensieve veehouderij (43) internationaal transport (13) intrinsieke waarde (28) jacht (31) jagen (8) jagers (17) jongeren (1) joodse wetten (2) justitie (3) kaas (2) kadaver (2) kalkoen (2) kalveren (12) kanker (1) katten (7) kerstdiner (4) keukentafelgesprekken (1) keurmerk (9) kievit (5) kiloknaller (2) kinderboerderij (4) kinderen (7) kippen (32) kippenhouder (3) kippenkooien (3) kippenmest (2) klimaat (23) KNJV (2) KNMvD (1) koeien (16) koeienrusthuis (2) konijn (14) kooihuisvesting (4) koosjer (6) kosten (8) kostprijs (16) kraai (1) kunst (7) kwaliteit (5) kweekvis (2) kweekvlees (1) lacto-intolerant (1) land (5) landbouw (15) landschap (8) leeuw (1) legbatterij (3) letsel (1) levensstijl (2) liefde (4) Limburg (1) linoleenzuur (1) Llink (1) LNV (11) Loesje (2) LOG (1) looprichels (1) LTO (7) luchtvervuiling (2) luchtwasser (6) maaibeleid (2) malafide (1) Mansholt (1) markt (5) mastitis (3) McDonalds (3) mededogen (3) media (19) meerwaarde (2) megastallen (49) melkprijs (15) melkquotum (17) melkveehouders (45) mensapen (3) mest (21) mestnormen (3) mestoverschot (26) mestverbranding (1) mestvergisting (7) migratie (3) milieu (30) Milieudefensie (17) MKZ (1) mondiale voetafdruk (7) moraal (6) MRSA (13) muizen (4) muskusrat (7) mythen (2) natuur (35) natuurbescherming (10) natuurbrug (3) natuurgebieden (17) natuurlijk evenwicht (11) neonicotinoïden (2) nertsen (22) Noord Brabant (1) NVWA (2) offerfeest (7) olieslachtoffers (1) olifant (6) omega-3-vetzuren (2) onderzoek (31) ontbossing (5) onteren (1) onverdoofd (11) onverschilligheid (3) onwetendheid (2) oor aan naaien (2) Oostvaardersplassen (15) open stellen (4) opheffen (1) ophokken (3) oproep (2) opvang (4) orka (4) otter (1) Ouwehand (4) overbemesting (5) overlast (25) overproductie (11) paarden (9) paling (5) pandemie (1) paradox (1) PETA (4) Peter Singer (4) plantaardige voeding (16) platteland (7) plezierjacht (27) plofkip (13) pluimvee (3) politie (3) politiek (71) populatie (6) positieflijst (2) postduiven (4) preventie (3) prijs (6) prisoner's dilemma (2) productiebos (1) productiviteit (1) proefdieren (9) Proefdiervrij (3) prooidieren (2) protest (11) provinciaal (4) Provinciaal OntwikkelingsPlan (1) provincie (3) puppies (1) PvdD (145) PVV (5) Q-koorts (21) Raad Van State (1) raaigras (2) Rabobank (8) RAD (1) radioactiviteit (1) ramp (2) ratten (2) recept (1) Rechten Voor Al Wat Leeft (3) reclame (14) recreatiegebied (5) ree (2) Rekenkamer (1) rekenmodel (1) rendement (3) rentmeesterschap (2) resistent (8) respect (21) ritueel (20) roofvogels (12) ruimen (11) ruimtebeslag (3) saneren (2) schaalvergroting (15) schadevergoeding (15) schapen (4) scharreleieren (4) Schmallenbergvirus (1) seks met dieren (2) sexen (1) SHAC (1) shechita (1) slachten (44) slachterij (10) slavernij (3) slow food (2) soja (10) SOVON (1) speciësisme (8) speculatie (1) speelketting (1) spelen (1) spiritualiteit (4) staartknippen (1) stadsboeren (1) stal (3) stamping out (1) stierenvechten (6) stropers (3) subsidie (29) supermarkt (26) symptoombestrijding (1) taal (4) Thieme (27) tijgers (2) toekomst (8) Tom Regan (5) tonijn (1) TV (1) uitspoeling (5) uitstoot (3) uitvalspercentage (4) utilisme (1) vaccineren (2) valorisatie (2) vangstquota (1) varkens (61) varkensflat (4) varkensgriep (3) varkenshouder (8) vee-industrie (28) veehandelaren (3) veemarkt (1) veestapel (28) veevervoer (3) veevoeder (15) veganisme (15) vegetariër (8) vegetarisme (26) verantwoordelijkheid (10) verboden (13) Verburg (20) verdoven (8) vergassen (3) vergiftiging (5) vergoeding (7) vergunning (7) verjagen (3) verkiezingen (25) verloting (1) versnipperen (3) verveling (9) vervuiling (9) verwaarlozing (4) verzorging (3) vestiging (1) virus (7) vis (12) Vissenbescherming (3) visserij (21) vlees (82) vleeskuikens (17) vleestax (1) vleesvervangers (9) vlieg (1) vlinders (3) voeding (59) Voedingscentrum (2) voedingsvenster (1) voedingswaarde (3) voedseloverschotten (5) voedselprijs (9) voedselveiligheid (4) voedselzekerheid (11) Vogelbescherming (12) vogelgriep (17) vos (19) vrijheid (67) vuurwerk (3) VWA (2) Wakker Dier (38) walvis (9) wandelaar (1) waterkrachtcentrales (1) waterkwaliteit (3) waterschap (3) weidegang (33) weidevogels (20) Wereld Natuur Fonds (1) wereldmarkt (5) werkgelegenheid (1) wild (16) wildbeheereenheden (1) wildroosters (1) wildsignalering (3) wildviaduct (1) wildwissel (2) winstmarge (3) wol (1) wolf (4) WSPA (5) zeehond (4) zeereservaat (1) zeldzame dieren (4) zichtstal (4) ziektedruk (7) zoelen (1) zoönose (5) zorgboerderij (1) zorgplicht (2) zuivel (11) zwanendriften (1) zware metalen (1) zwerfdieren (3) zwijnen (5)

Zoeken op dit weblog, Animal Freedom, Wakker Dier, CIWF

Zoeken op dit weblog, Animal Freedom, Wakker Dier, CIWF

Steun Stichting Animal Freedom

Koop boeken via bol.com of Youbedo en steun ons werk.

Bol.com heeft veel, waaronder diervriendelijke kookboeken

Boeken algemeen

Koop boeken via YouBeDo en doneer 10% gratis aan de Animal Freedom Stichting

Dieren algemeen

Dier algemeen