Berichten weergeven met het label schaalvergroting. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label schaalvergroting. Alle berichten weergeven

15 juni 2016

Melkveehouderij moet snel grondig worden verbouwd

Een groot deel van deze tekst is gepubliceerd op 15-06-16 in de Leeuwarder Courant.

In de reportage Melk, Kaas en Landschapspijn (LC 11 juni) beschrijft Jantien de Boer trefzeker de teloorgang van het Friese platteland. De oorzaak is te vinden bij de industriële manier waarop de melk wordt geproduceerd. Dat moest zo, is ons bijgebracht, want de wereldbevolking schreeuwt om onze melk. En dan mag er natuurlijk veel.
Tot vorig jaar waren de boeren door de productiebeperking gedwongen om met de hand op de rem te melken, maar nu mogen ze produceren wat ze willen. Die vrije melkproductie dreigt op een ramp uit te lopen voor de koeien, de natuur, het milieu en ook voor de boer.
Uit een onderzoek in opdracht van de Dutch Dairymen Board blijkt dat alle melk die sinds 1 april 2015 in Europa extra wordt gemolken niet kan worden verkocht en nu als melkpoeder, boter en kaas ligt opgeslagen in pakhuizen. Het gaat om een hoeveelheid die overeenkomt met 3 miljard kilo melk, oftewel een kwart van de totale Nederlandse productie. In afwachting van betere prijzen, maar die zullen zeker niet komen zolang de boeren hun productie blijven opvoeren. En dus gaan de pakhuizen nog verder open.
Produceren voor het pakhuis terwijl tegelijkertijd het laatste restje biodiversiteit uit deze provincie wordt geperst is natuurlijk schokkend. Maar de economische werkelijkheid van de Nederlandse melkveehouderij ziet er nog grimmiger uit. Het overgrote deel van de Nederlandse gangbare melk wordt verwerkt tot bulk: kaas, boter, melkpoeder. Met deze bulkproducten is geen droge boterham te verdienen. Uit de financiële jaarverslagen van Friesland Campina, waar zo ongeveer 90% van de Nederlandse melk wordt verwerkt, blijkt dat de divisie boter, kaas en melkpoeder sinds de vorming van deze coöperatieve multinational in 2007 alleen maar verlies heeft geleden. Jaarlijks gemiddeld ongeveer € 70 miljoen. Vorig jaar, na het loslaten van het melkquotum groeide het verlies van deze divisie, die rond de 70% van de melk verwerkt, tot € 101 miljoen.
De topman van Friesland Campina Roelof Joosten zei eerder dit jaar tegen het Financieele Dagblad: ‚De eerste vijf miljard liter melk zijn zeer winstgevend, aan de volgende twee miljard verdien je niets en op de laatste drie miljard verliezen we geld.’
Dat is een nogal merkwaardig verdienmodel. Bij een normale onderneming was de knoop allang doorgehakt: we stoppen met de bulk. Die beslissing is uit de weg gegaan, en het verliesgevende deel van de melk is alleen maar toegenomen. De perspectieven zijn somber. Topman Joosten over de extra melk die Nederland produceert: ‚Die wordt verwerkt tot de laagst renderende producten zoals spotmelk of foliekaas. Dat kan iedereen maken.‘
Friesland Campina moet wel op de ingeslagen weg doormodderen, want het is een coöperatie waar de toeleveranciers, de melkveehouders, tegelijk ook de eigenaar zijn. Die kijken of Friesland Campina een over het geheel genomen acceptabele melkprijs uitbetaalt. Verder krijgt een gemiddelde melkveehouderij jaarlijks 25.000 euro subsidie, en dat helpt ook al niet om een andere weg in te slaan.
Op zich staat het een onderneming natuurlijk vrij om verliezen van de ene divisie goed te maken met de winsten van een andere divisie. Maar het wordt een ander verhaal wanneer door deze strategie de biodiversiteit om zeep wordt geholpen en aan de natuur grote schade wordt toegebracht. Die is namelijk niet van de melkveehouders, maar van ons allemaal. En het wordt natuurlijk helemaal te dol wanneer we een sector die zo huis houdt in de natuur, jaarlijks ook nog eens ongeveer € 350 miljoen aan subsidies toestoppen. En als het tegenzit mag de belastingbetaler ook nog opdraaien voor steunprogramma’s aan de melkveehouderij die zichzelf in de problemen heeft geholpen.
Overheden - zowel lokaal, provinciaal als landelijk - hebben kennelijk geen idee wat er echt aan de hand is en geven de ene na de andere vergunning af voor nog meer uitbreidingen. En als er al beperkingen vanuit een oogpunt van milieu of dierenwelzijn opdoemen, worden die met soepele regelgevingen, vakkundig uit de weg geruimd. Immers, de wereldbevolking moet worden gevoed.
Een merkwaardig argument. Uit cijfers van Wereldvoedselorganisatie (FAO) blijkt dat de Nederlandse bijdrage aan de totale zuivelproductie in de wereld 1,6%, is. Verder is ruim 70% van de wereldbevolking lacto-intolerant. Dat wil zeggen ze worden ziek van melk die niet is bewerkt. En intussen melken de boeren voor het pakhuis. Hoezo de wereldbevolking voeden?
Wie de feiten op een rijtje zet komt maar tot één conclusie: er is een grondige verbouwing van de gangbare melkveehouderij nodig. Om te beginnen moet de productie met meer dan de helft omlaag. Dat zorgt er voor dat de prijs voor de boeren fors zal stijgen omdat de verliezen verdwijnen. De rest van de melk zou het liefst biologisch moeten worden geproduceerd, maar in ieder geval via bloem- en kruidenrijke weilanden. Het gevolg: betere kwaliteit melk, de weidevogels kunnen terugkeren en de ganzen die voor steeds meer schade zorgen, blijven vrijwel zeker weg.
De ligboxstal is een ramp voor de koe en het milieu. Ze zouden moeten worden omgebouwd tot stallen waar koeien als het slecht weer is vrij kunnen lopen en liggen. Voor de rest horen koeien zoveel mogelijk buiten, en dat is met kleinere kuddes geen enkel probleem. De stallen moeten ook zo worden verbouwd dat de urine en vaste uitwerpselen aan de bron worden gescheiden. Dat scheelt enorm in de CO2 uitstoot waar het klimaat aan kapot gaat.
Zo’n verbouwing hoeft allerminst het einde van de melkveehouderij te betekenen. De schaalvergroting van de afgelopen jaren zorgde er voor dat nu 70% van de melk wordt geproduceerd door minder dan 30% van de melkveehouders. Die schaalvergroting blijkt een vergissing en moet worden teruggedraaid. In combinatie met een andere manier van produceren, komen we al een heel eind op weg naar een duurzame, natuur- en diervriendelijke melkveehouderij waar door een behoorlijke groep ondernemers ook nog een goede boterham kan worden verdiend.
Die verbouwing is niet gratis en er zullen boeren moeten stoppen. Dat moet natuurlijk op een nette manier worden geregeld, en gefinancierd. De sector, de overheid en de banken zouden elk een derde van de kosten voor hun rekening kunnen nemen. Op die manier neemt elke speler in het proces dat volledig uit de hand is gelopen, haar verantwoordelijkheid.
Het zou voor een nieuw kabinet een noodzakelijk klus in een regeerakkoord moeten zijn. Want als er niets gebeurt, dreigt de gangbare melkveehouderij weg te zakken in haar eigen onverkoopbare bulkproducten.

Marien Abrahamse
oud-redacteur
Het Financieel Dagblad

3 februari 2016

Bewustwording rondom dieren in de voedselproductie

Een boer verdient geld wanneer hij meer geld krijgt voor wat hij produceert dan hij er als kosten heeft ingestoken. Dat is logisch en hoe meer productie hoe meer inkomen. De Nederlandse markt is al vele decennia te klein om voldoende te verdienen, vandaar dat in ons land vooral geproduceerd wordt voor de wereldmarkt.
Boeren rekken letterlijk en figuurlijk graag de grens op en de discussie gaat vervolgens over hoeveel mest kan het milieu nog verdragen, hoe erg is dat biodiversiteit vermindert, hoeveel mag dierenwelzijn kosten, etc.. Daarmee wordt het praten over een simpele (ecologisch verantwoorde) balans tussen vraag en aanbod alleen gebaseerd op productie voor een binnenlandse markt vermeden. En dat is jammer, want met een kleinere veestapel zijn veel meer voordelen te behalen dan de bulk van kiezers zich realiseert. Als ergens onbeheerste groei kwaad kan dan is het wel in de veehouderij.

Wanneer te veel boeren hetzelfde produceren dan zakt de verkoopprijs onder de kostprijs. Een voorbeeld is de varkenscyclus. Boeren proberen dus vooruit te kijken en slim te investeren en kiezen politici die in het expansieve beleid boerenbelangen dienen. Tot zover lijkt het op gewone economie, maar er is een omstandigheid die maakt dat extra goed moet worden bewaakt of die agroproductie wel verantwoord gaat en dat is wanneer dieren het verdienmodel zijn. Het geldt ook voor akkerbouw en tuinbouw, maar dan kan het milieu meer in het geding zijn. Deze agrosector verjaagt vooral dieren van hun land, trekt ongewenste dieren aan of er is weinig diversiteit onder de dieren die je wel ziet.

De Nederlandse veehouderij wijkt af van die in de meeste andere landen ter wereld in die zin dat wij meer overproduceren. Het gevolg is dierenleed en mestoverschotten en als gevolg daarvan strengere controle en regelgeving. Het publiek realiseert zich niet goed wat de gevolgen van de overproductie voor zichzelf zijn, want de PR-machine van de agrosector is zeer effectief en het publiek is maar matig geïnteresseerd in het leed dat niet direct henzelf treft.
Natuurlijk, er zijn mensen die bij de beelden, hoe vee geslacht wordt, schrikken en ogenblikkelijk hun voedingspatroon veranderen uit compassie en om zich niet meer schuldig te voelen. Maar dierenleed is meer dan alleen het doden bij de slacht. Dat dieren gedood worden om te worden gegeten zal een vleeseter nauwelijks interesseren, vooral niet wanneer slachters zich gewoon aan de regels houden.

Willen we verbeteringen bewerkstelligen die minder dierenleed opleveren dan moeten er een aantal dingen samengaan. Boeren moeten beter kunnen verdienen met een werkwijze gericht op (levens)kwaliteit in plaats van kwantiteit en die ook nog eens minder dierenleed oplevert. Zij en de voedselverwerkende industrie moeten niet worden verleid tot steeds hogere productie die domweg meer geld oplevert, zoals na het afschaffen van het melkquotum gebeurde. Veel produceren (grotere veestapel bezitten) gaat samen met een hoge status. Grotere omzet is ook op managementniveau in de agrosector een aanjager van nog meer groei.
Dit regelen kan de sector niet zelf doen, want alle neuzen binnen de agrosector staan gericht op groei. En wie niet meedoet en uitvalt heeft het aan zichzelf te danken. De overgebleven boeren hebben het na uitdunning nog makkelijker om hun doelen te halen, immers “veel boeren maken de spoeling dun”.

Veranderingen kunnen ook nauwelijks beïnvloed worden door de consument want de grootste afzetmarkt ligt in het buitenland. Er is ook op korte termijn bekeken een schijnvoordeel van de grootschaligheid.
Praten met een boer over meer dierenwelzijn helpt ook niet, want hij vindt juist dat alle indicatoren -dat hij het goed doet- hem gelijk geven. De jonge dieren groeien toch omdat ze goed verzorgd worden? Boeren hebben niets aan zieke dieren en de ingrepen die hij doet zijn of onzichtbaar in een gesloten stal of worden afgedekt door de regelgeving en de zorgindustrie er omheen. Wat moet een burger inbrengen tegen het argument dat ons land hoogstaande kwaliteit levert, die ook nog eens veel afgenomen wordt in het buitenland? Het is de arrogantie van de macht. Wie deze drogredenen niet doorziet, klik hier.

Duurzaam en diervriendelijk producerende boeren in eigen land ondervinden concurrentie van binnenlandse en buitenlandse collega's. Kwetsbare binnenlandse markten mogen best worden afgeschermd op voorwaarde dat het land zelf niet buitenlandse markten bedreigt. En we zijn in Nederland ver weg van deze situatie. Toch kan het snel veranderen. Grootschalige boerenbedrijven lijken een concurrentievoordeel te hebben, maar zijn ook meer afhankelijk van toeleveranciers (grondstoffen / voer uit het buitenland en energieprijzen).

Veranderingen ten goede kunnen komen van politici die gekozen zijn door een bewust kiezerspubliek. Vandaar dat onze artikelen gericht zijn op die bewustwording. Dieren en mensen worden gelukkig wanneer zij natuurlijk kunnen leven in vrijheid. En die bewustwording daar werken we aan, gestaag en inspelend op de ontwikkelingen in de politiek.

Los van de onmacht van het individu om veranderingen af te dwingen is het nooit goed om afwachtend te zijn wanneer je kunt weten dat jouw eetgewoonte negatief uitpakt op de kwaliteit van leven van dieren en mensen.

11 januari 2016

Meer geld voor boeren gaat niet naar welzijn dieren

De agrosector heeft beschikking over een enorme PR-machine die er steeds weer in slaagt de burger op het verkeerde been te zetten. Zo wordt er voortdurend beweert dat de Nederlandse boeren en tuinders een belangrijke bijdrage aan de economie leveren. Die bijdrage is (bruto) 1,5%, maar de PR-machine maakt er meestal 10% van.

De Nederlandse melkveehouderij zou ook een belangrijke bijdrage leveren aan de oplossing van de voedseltekorten in de wereld. Er zijn helemaal geen voedseltekorten, het voedsel komt niet daar waar het zou moeten komen. En dat komt onder andere door woekerwinsten die in de voedselketen worden gemaakt. Zo wordt basisvoedsel onbetaalbaar gehouden voor de ongeveer 800 miljoen arme sloebers in de wereld die onvoldoende voedsel krijgen. Nederlandse melk is daar geen oplossing voor: ruim 70% van de wereldbevolking is lacto-intolerant. Die hebben dus niets aan melk, want ze worden er ziek van. Bovendien produceert de Nederlandse melkveehouderij vooral voor de goedverdienende bovenlagen in de maatschappij. En tenslotte: de totale Nederlandse melkproductie is ongeveer 1,5% van alle melk die op de wereld wordt geproduceerd. Inderdaad, een druppel op een gloeiende plaat.

En dan is er nog de zorgvuldig in standgehouden mythe dat Nederland wereldkampioen dierenwelzijn is. Oh ja? Hoe komt het dan 70% van onze melkveestapel ernstige pootproblemen heeft. Hoe kan het dan dat een kwart van de veestapel rondloopt met klinische (zichtbare) uierontsteking. Een kwaal die voor de koe erg pijnlijk is en er voor zorgt dat in een glas melk al gauw een vingerhoedje pus zit. Dan hebben we nog niet gehad over het erbarmelijke leven dat het overgrote deel van de plofkippen en varkens in Nederland hebben. Er wordt voortdurend beweerd dat koeien, kippen en varkens het beter hebben dan diezelfde dieren elders in de wereld. Bewijs wordt nooit geleverd.

Er wordt met enige regelmaat beweerd dat het matige/slechte behandeling van de dieren komt omdat de boeren niet genoeg verdienen. Als de boeren meer geld voor hun producten zouden krijgen, gaan ze ook hun vee beter behandelen. De werkelijkheid leert, dat als een boer meer geld voor zijn producten krijgt, hij dat geld besteedt aan het bouwen van nog meer stallen. Waar de dieren even slecht worden behandeld als voorheen. Het bewijs hiervoor wordt geleverd in de melkveehouderij. Daar is de afgelopen jaren grof geld verdiend, en dat is vrijwel direct omgezet in nog grotere stallen. Grotere stallen, maar wel volgens een oud, dieronvriendelijk concept uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Dat type stal is ontworpen voor het gemak van de boer, niet voor het gemak van de koe.

Het probleem qua dierenwelzijn zit hem hierin: veehouders zien dierenwelzijn als een kostenpost. Meer ruimte per dier in een stal, betekent immers minder dieren per stal. Wat een boer niet schijnt of wil beseffen is dat meer ruimte voor een dier, doorgaans een gezonder dier betekent. En dat zorgt weer voor een lagere rekening van de veearts.
(Melk-)veehouders zien dat (nog) niet. Zij kijken alleen naar de euro’s die binnen komen, niet naar de euro’s die er uitgaan. Ze zijn gek gemaakt door opleidingen, adviseurs van de banken en veevoerbedrijven, die jarenlang hebben beweerd dat schaalvergroting de enige mogelijkheid is om te overleven.
Intussen leert de praktijk van alle dag dat die stelling niet klopt. De boeren die het meest hebben uitgebreid hebben nu de grootste financiële problemen. Boeren die niet kozen voor schaalvergroting, maar relatief klein bleven, zijn de lachende derden. Kijk maar naar de melkprijzen. Een gangbare boer krijgt minder dan 30 cent voor zijn melk, een biologische bijna 60 cent.

Zorg voor het milieu en het dier loont dus.

Wanbeleid oorzaak overschrijding fosfaatplafond

Overheid moet nu ingrijpen

Persbericht Milieudefensie. Amsterdam, 11 januari 2016 - Milieudefensie is niet verbaasd over de cijfers van CBS die aangeven dat Nederland in 2015 het fosfaatplafond heeft overschreden door toename van de mestproductie. Deze toename komt vooral voor rekening van de melkveehouderij, die ongebreideld heeft kunnen groeien. Milieudefensie vindt dat staatssecretaris van Economische Zaken Martijn van Dam snel moet ingrijpen en moet kiezen voor een grondgebonden veehouderij.
Nederland heeft in 2015 het fosfaatplafond van 172,9 miljoen kilo ruimschoots overschreden. De productie groeide met 4,6 miljoen kg tot 176,3 miljoen kg fosfaat, meldt het CBS. Door het einde van de melkquotering op 1 april 2015 is de melkveestapel gegroeid. Jacomijn Pluimers campagneleider Milieudefensie: “Die groei is eerder begonnen en iedereen heeft aan zien komen dat we het fosfaatplafond zouden gaan overschrijden. De overheid heeft niet op tijd en niet met juiste beleid ingegrepen. We hebben te maken met wanbeleid.”

Volgens Milieudefensie is dit het moment om de groei van de veestapel verplicht te koppelen aan de oppervlakte grond waarop mest wordt uitgereden. Grondgebondenheid moet uitgangspunt worden van het beleid, zodat voer en mest in een lokaal gesloten kringloop van maximaal 20 kilometer wordt geproduceerd en afgezet. Bedrijven die verder uit willen breiden kunnen dat alleen als er voldoende grond beschikbaar is voor de mest.

Groei van de melkveestapel leidt tot veel meer problemen dan overschrijding van fosfaatplafond. De groei gaat gepaard met verdergaande schaalvergroting. Het aantal megastallen neemt toe, volgens het CBS zijn dat er nu 355, en er staan steeds minder koeien in de wei. Het ammoniakplafond komt in gevaar en met de verdergaande intensivering zal de biodiversiteit verder afnemen. De grutto, bij uitstek een Hollandse weidevogel, wordt ernstig bedreigd.

11 november 2013

CDA paait kleine boer met doorzichtige truc

'CDA neemt afstand van bulkproductie', kopte de web editie van Nieuwe Oogst.
Het vakblad van de Nederlandse boerenlobby registreerde naar aanleiding van de behandeling van de landbouwbegroting in de tweede kamer zorgelijk een heuse trendbreuk bij het CDA.
De christendemocraten zien niets meer in grootschalige bulkproductie.

'Voor Nederlandse boeren biedt het op lange termijn geen perspectief om tegen de laagste kosten te produceren. Daarom moeten we naar een beter verdienmodel toe,' aldus Jaco Geurts die tegenwoordig woordvoerder landbouw voor het CDA is. In dat betere verdienmodel moet volgens Geurts toegevoegde waarde centraal staan.

Als voorbeeld noemt Geurts voorverpakte geschilde asperges met een klontje boter dat zo de magnetron in kan: 'In vijf minuten klaar!' jubelde de woordvoerder, die kennelijk nooit in de keuken staat. Asperges gaan doorgaans samen met een sausje, hardgekookte eieren en plakken ham. Dus die moeten er ook nog bij. Als dat maar goed gaat.
De boeren gaan natuurlijk niets verdienen aan de door Geurts bedachte toegevoegde waarde. De tussenhandel des te meer. Kijk maar even bij de sla in de supermarkt, waar Geurts zijn idee kennelijk gejat heeft. Voorgesneden sla kost ongeveer 1,50 per 100 gram. Een krop ijsbergsla van 800 gram kost ongeveer 1 euro.

Als een boer een krop sla aan de supermarkt verkoopt, mag hij blij zijn met 25 eurocent. En als hij zijn sla aan een tussenhandelaar verkoopt die de sla gaat bewerken, krijgt de boer nog steeds 25 eurocent. En dan mag de boer ook blij zijn, want voor met een beetje pech bedingt de handelaar kwantumkorting.
De zogenaamde toegevoegde waarde van Geurts zijn vooral toegenomen kosten voor een luie consument die zichzelf heeft wijs gemaakt dat hij zijn tijd beter kan besteden dan aan het klaar maken van eten.

De koerswijziging van het CDA, weg van de ongelimiteerde steun voor bulkproductie en dus de grootschaligheid, lijkt een slimme zet. Immers, binnen de boerenstand zelf is er, net als bij de burger, grote weerstand tegen mammoetbedrijven. Logisch, want zij drukken op termijn de kleintjes volledig uit de markt.

Hoewel het aantal boeren gestaag afneemt zijn de 'kleine' boeren getalsmatig nog steeds veruit in de meerderheid. Van alle Nederlandse boeren, nog zo'n 80.000, is minder dan 10% grootindustrieel aan het boeren. Zijn nemen intussen wel ruim 70% van de productie voor hun rekening.
Met het oog op verkiezingen ligt de potentiële winst voor het CDA dus bij de kleine boer.
Voor de relatie van het CDA met de grote boeren is de koerswijziging risicoloos. Stel het onwaarschijnlijke geval dat er toch beperkingen voor de veehouderij komen in de vorm van dierrechten of een eis van grondgebondenheid.

Dan is er voor de grote jongens onder de boeren nog niets aan de hand. Iedere boer die zelfs maar vage uitbreidingsplannen had, heeft dat allang geregeld via een vergunningaanvraag waar de toekomstige uitbreiding al in verwerkt zit. En in de landbouw is het zo geregeld dat nieuwe wetgeving alleen van toepassing is voor nieuwe gevallen.

Zo kan het CDA rustig roepen dat ze tegen schaalvergroting is, want die is allang geregeld en daar is niets meer aan te doen.

2 juli 2013

Koppel melkproductie aan grond

De melkveehouderij staat op een tweesprong: grondgebonden blijven of industrialiseren? Niet doen, dat laatste. Koppel melkproductie aan grond.
Dat is in het kort de oproep van Herman Wijffels, Jan Cees Vogelaar en anderen.

De melkveehouderij is in Nederland een sterke en zeer gewaardeerde bedrijfstak. Anders dan de varkens- en pluimveehouderij is zij nog grotendeels verbonden met de grond. Bedrijven halen het meeste ruwvoer (gras en maïs) van hun eigen bedrijf en brengen daar ook de meeste mest naar toe. Zo is de kringloop “dier-mest-bodem-voer” nog redelijk intact en lokaal. Ook lopen de meeste koeien nog in de wei. Dat is karakteristiek voor het Nederlandse landschap en doorgaans gunstig voor het welzijn van de dieren. Uit alle enquêtes blijkt dat Nederlandse burgers de koe in de wei hogelijk waarderen. De weidende koe levert een zichtbare verbinding van de melkveehouderij met zowel de natuur als de samenleving. Dat schept vertrouwen.

Al deze verworvenheden lopen gevaar. Een groeiend aantal veehouders intensiveert “los van de grond” en/of houdt de koeien het hele jaar binnen. Deze ontwikkeling dreigt in een stroomversnelling te raken als op 1 april 2015 de melkquotering vervalt. De EU heeft die quotering in 1984 ingevoerd om de overproductie van melk en de daarmee gemoeide budgetlasten aan banden te leggen. Dat is niet meer nodig nu de melkplas en de boterbergen zijn verdwenen. Maar vandaag doemen andere risico’s op:
•Met meer koeien komt er meer mest en ammoniak en dat belast het milieu.
•Voor intensivering moeten melkveebedrijven steeds meer voer aankopen en steeds meer mest afvoeren. De kringloop raakt uit het zicht en de melkveehouderij gaat steeds meer op de varkenshouderij lijken.
•Groeit de veestapel sneller dan de huiskavel, dan zullen veel bedrijven te weinig ruimte hebben om de koeien nog te laten weiden.
•Vergeleken met het grondgebonden gezinsbedrijf zijn grote bedrijven met weinig grond veel kwetsbaarder voor prijsbewegingen op de markten van melk, veevoer, mest en kapitaal.

Daarmee komen de duurzaamheid en het maatschappelijke draagvlak van de sector in gevaar.

Bij het voorsorteren op 2015 hebben de sector en de overheid tot dusver alleen oog voor het eerste probleem. De sector heeft met de vorige staatssecretaris Henk Bleker afgesproken dat de melkveehouderij mag uitbreiden als de extra mest die daarmee wordt geproduceerd, wordt verwerkt of geëxporteerd. Maar er bestaat twijfel of de sector dat waar kan maken. Daarom heeft Bleker’s opvolgster Sharon Dijksma gedreigd met invoering van “dierrechten”. De veehouder mag dan pas meer koeien houden als hij dierrechten opkoopt van een veehouder die gaat krimpen of stoppen. Dat helpt inderdaad om de mest- en ammoniakproductie te stabiliseren, maar doet niets tegen de drie andere problemen: doorbreken kringlopen, minder koeien in de wei en grotere kwetsbaarheid van bedrijven. Integendeel, aankoop van dierrechten gaat bedrijven geld kosten en dat maakt ze extra kwetsbaar.

Het is voor de Nederlandse samenleving en voor de toekomst van de melkveehouderij van groot belang dat de sector grondgebonden blijft, en dat het overgrote deel van de koeien ’s zomers in de wei blijft. Verhandelbare dierrechten zijn daarvoor geen goede maatregel. Beter is het om de melkproductie te koppelen aan grond. De overheid stelt dan een maximum aan de hoeveelheid melk die veehouders per hectare mogen produceren. Dat maximum kan worden gebaseerd op de milieunormen voor het gebruik van mest. Bedrijven die boven de norm zitten hoeven niet te stoppen, maar mogen pas weer uitbreiden als zij voldoende extra grond hebben verworven. Extensieve bedrijven mogen uitbreiden tot de norm. Daarmee kunnen deze bedrijven en de zuivelindustrie inspelen op groeikansen die zich in de markt aandienen, zonder de weidegang in gevaar te brengen.

De melkveehouderij staat op een tweesprong. De komende maanden worden beslissend voor de weg die de sector inslaat. Kiezen voor grondgebondenheid heeft grote voordelen, maar vergt helder en stevig leiderschap bij overheid, landbouworganisaties en zuivelindustrie. Zij moeten niet toestaan dat een kleine groep veehouders het industriële pad inslaat en het imago van de hele sector bedreigt. Een grondgebonden melkveehouderij is robuust en transparant, draagt sterk bij aan onze economie, levert een aantrekkelijk landschap en is goed voor dierenwelzijn en diergezondheid. Zo’n veehouderij kan blijvend rekenen op een breed maatschappelijk draagvlak.

•Herman Wijffels
Hoogleraar Duurzaamheid en maatschappelijke verandering aan de Universiteit Utrecht

•Jan Cees Vogelaar
Melkveehouder

•Pieter Winsemius
Oud-minister van Milieu

•Cees Veerman
Oud-minister van Landbouw

•Louise Vet
Directeur van het Nederlands Instituut voor Ecologie (NIOO-KNAW) te Wageningen

•Geert Mak
Schrijver

•Joris Lohman
Voorzitter van de Youth Food Movement

•Wouter van der Weijden
Directeur van de Stichting Centrum voor Landbouw en Milieu

Lees of download het intro en het artikel: Koppel melkproductie aan grond (pdf-bestanden).
Verschenen in de weekendbijlage van Boerderij Vandaag, 28 juni 2013.

26 juni 2013

De schaamte voorbij

In de Leeuwarder Courant twee voorbeelden van het doorgeslagen systeem dat we bio-industrie noemen. Voorzitter Gert Jan Oplaat van bond van pluimveehouders klaagt dat het vervroegde snavelkapverbod ondernemers in die sector in financiële problemen brengt. Een sector dus die zichzelf blijkbaar alleen in stand kan houden door het negeren van elke vorm van dierenwelzijn. Alles is gericht op het zo efficiënt mogelijk produceren. Respect voor en mededogen met de betrokken dieren is niet aan de orde. Met duizenden opeengepakt in stallen, de snavels doeltreffend en pijnlijk ingekort worden de stakkers in zo’n zes weken opgefokt tot iets wat mensen kennelijk lekker vinden. De korte periode die de dieren op deze wereld zijn is er één van ellende en leed. Zijn ze zwaar genoeg – zo zwaar dat ze vaak door hun eigen poten zakken – gaan ze naar de slacht.
Dat brengt me op het tweede voorbeeld. Op dezelfde LC-pagina een artikel in het kader van de komende enquête over de schaalvergroting (intensivering) in de landbouw. Breed uitgemeten worden de risico’s voor mensen(!) die in de omgeving van bedrijven wonen waar op industriële wijze dieren worden gehouden. Nare ziektes als o.a. Q-koorts, maar ook longproblemen, allergieën liggen op de loer. Ook legden vele duizenden geiten – veelal gezond – toch het loodje uit ‘voorzorg’. Het eufemistisch genoemde ruimen! Naast alle rampspoed die de uitbuiting van de dieren in bio-industrie dus voor de mens meebrengt is het leed voor de betrokken – schuldeloze – dieren natuurlijk evident. In het genoemde artikel wordt daar echter met geen woord over gerept………. Wel is als illustratie een foto geplaatst van een kippenvangmachine. En dat beeld vertelt meer dan duizend woorden zouden kunnen! De dieren worden letterlijk, levend en wel, opgeveegd en door die machine – nog steeds levend, maar vaak met ernstige kwetsuren – ruw in kratten gedeponeerd, waarna ze hun laatste reis mogen aanvangen. De angst, ontreddering en paniek bij de kippen is iets wat je je als fatsoenlijk mens niet zonder ‘kippenvel’ kunt voorstellen. Voor die dieren is de dood, hoe smartelijk die ook in de slachthuizen meestal nog is, een uitkomst, zo cynisch als dat ook moge klinken.
Zo gaat een ‘beschaafde’ samenleving anno 2013 met honderden miljoenen levende wezens om voor een product dat geen mens nodig heeft. Bevrediging van de lekkere trek en daarvoor kijken de meeste mensen graag even de andere kant op. De schaamte voorbij!

11 oktober 2012

Eenvandaag over de boer als manager van een groot bedrijf

Afgelopen jaar gooiden per dag vijf boerderijen de handdoek in de ring. Het boerenbedrijf lijkt niet meer te lonen. Toch neemt het aantal studenten op hogere agrarische opleidingen met 10% toe. Dat lijkt tegenstrijdig maar dat is het niet.

Ondanks alle gestopte boerderijen is de productie in Nederland hetzelfde gebleven - Nederland is na de VS de grootste agrarische exporteur ter wereld. De ruimte die omgevallen kleine bedrijven overlaten wordt opgeslokt door megaboerderijen, waarbij de boer eerder een topmanager is. De landbouwschool voldoet niet meer. Steeds meer boerenjongens en -meiden kiezen voor de hogere school.

sitestat

De groeidwang van sommige boeren lijkt niet te stoppen, maar is mogelijk doordat anderen wijken.

10 juni 2011

Bleker: loopjongen van de Rabobank

De Europese Unie trekt een slordige 210 miljoen euro uit om de door de EHEC-bacterie gedupeerde tuinders schadeloos te stellen. Dat is een bedrag waar de groentehandelaren met enig chagrijn naar zullen kijken. Zij hebben immers ook vele miljoenen schade geleden, maar zij krijgen nul komma nul. Zij mogen hun problemen zelf oplossen.

Net zoals mensen met psychische problemen, chronische zieken, de kunstenaars, mensen die voor hun zorg een persoonsgebonden budget hebben, mensen die gebruik maken van kinderopvang, en mensen die bij een sociale werkplaats werken. Dit kabinet vindt dat de burger vooral zelf zijn boontjes moet doppen, en niet bij tegenslag meteen de hand bij de overheid moet ophouden.

Intussen vindt staatssecretaris Bleker het Europese gebaar om de tuinders te helpen 'aan de magere kant'. Hij had toch minstens op 300 miljoen gerekend, en gaat alsnog proberen dat geld los te peuteren.

Bleker bewijst maar weer eens dat brutalen de halve wereld hebben. En hondsbrutalen de hele wereld. Het is namelijk volstrekte onzin om te tuinders voor de door hen geleden schade te compenseren.

Dat zit zo. Veel tuinders hebben de afgelopen jaren gekozen voor specialisatie op 1 teelt in combinatie met schaalvergroting. Bijvoorbeeld op komkommers. Deze keus werd van harte toegejuicht, om niet te zeggen aangemoedigd, door de Rabobank die aan deze trend goud geld verdient. Megabedrijven vragen nu eenmaal mega-investeringen. (Begrijpt u nu wie er achter al die megastallen zit?) Maar mega-specialisatie leidt ook tot mega-kwetsbaarheid, zoals maar weer eens is gebleken.

Tuinders zijn, net als de groentehandelaren, ondernemers. En die lopen zoals elke andere ondernemer risico's. Dat zijn soms heel onverwachte risico's, maar er is geen enkele bedrijfstak die de burger kan laten opdraaien voor de kosten van die risico's. Behalve als je boer of tuinder bent, natuurlijk.

Bedrijven die onverwacht in de financiële problemen komen lossen dat meestal op door met hun bank te gaan praten, of ze gaan failliet of ze worden overgenomen. De rekening wordt in dat geval betaald door de banken, en de meeste banken vinden dat geen enkel probleem. Dat hoort bij het spel, en daar houden ze dus ook rekening mee in de vorm van een zogenaamde stroppenpot. Een pot geld die uit de winst wordt gehaald voor het geval dat.

Tuinders, en vooral de hele grote die hebben gekozen voor grootschaligheid, zijn zwaar gefinancierd. Een klein beetje tegenslag kan al voor grote financiële problemen zorgen. Normaal worden die doorgeschoven naar de bank en dat is in de agro-sector meestal de Rabobank.

Deze bank maakt vorig jaar een winst van bijna 3 miljard euro. Een stijging van 26% ten opzichte van het jaar daarvoor. De winststijging werd mede gerealiseerd door de stroppenpot te verkleinen. De bank zag kennelijk geen gifdonkere wolken boven de kredietportefeuille hangen. Die EHEC-bacterie was moeilijk te voorspellen, maar de extreme kwetsbaarheid van grootschalige specialisatie had zelfs een gesjeesde student economie kunnen voorzien. Les 1 uit het handboek verantwoord ondernemen: spreidt je risico's in zowel producten als in markten.

Ondanks die winst van 3 miljard, waarmee fluitend de tegenslag van de groentetelers kan worden opgevangen, heeft de Rabobank haar loopjongen staatssecretaris Bleker op pad gestuurd. Allereerst werd er, ten laste van het ministerie van landbouw, een garantieregeling geactiveerd.

Die garantieregeling is niet bedoeld om brood op de plank voor de tuinders te realiseren, maar is bedoeld om de rente- en aflossing die aan de bank is verschuldigd veilig te stellen. De bank is op haar beurt bereid die rente- en aflossingen een jaar op te schorten, op voorwaarde dat de Staat garant staat voor terugbetaling van de lening als het onverhoopt helemaal fout met de betrokken tuinder gaat.
Toen Bleker dat geregeld had werd hij naar Brussel gestuurd om een paar honderd miljoen extra voor de bank veilig te stellen.

De waardering voor de inspanningen van de staatssecretaris is zo groot en wordt zo breed gedragen dat zelfs fractievoorzitter Thieme van de Partij voor de Dieren lovende woorden over het gevoerde beleid sprak.

Die complimenten zouden terecht zijn geweest als Bleker zich niet zo opzichtig als loopjongen van de Rabobank had gedragen.

6 maart 2010

EU-subsidies afschaffen en ecologisch verantwoord stimuleren

Uit een studie van Brusselse ambtenaren blijkt dat wanneer alle subsidies en handelsverstorende maatregelen worden afgeschaft dit een inkomensval voor boereninkomens in Europa betekent van gemiddeld 22 procent.
Wanneer de markt voor dierlijke producten geliberaliseerd blijft, verschuift de productie van rundvlees naar buiten Europa.
Dit is een onwenselijke situatie. De oplossing is niet om de subsidies te laten bestaan. Deze afschaffen is sowieso beter voor de belastingbetaler, maar het handhaven van de importtarieven van import buiten Europa zou het wisselgeld moeten zijn voor het inperken van de gerichtheid van de Europese Agrosector om de markt buiten Europa te willen bedienen.
Het resultaat zou moeten zijn dat ecologisch en diervriendelijk verantwoord producerende boeren een betere concurrentiepositie krijgen.

De dubbelhartigheid van de zorgen van de boeren over hun schuld en over de spelers in de markt blijkt verder uit een artikel uit het Friesch Dagblad:
De markt krijgt in de landbouw door het beleid van banken niet de kans om zijn werk te doen en zorgt voor een zeepbel in grondprijzen en te hoge kosten voor de boeren. Dat is de stelling van een ingezonden brief van melkveehouder Van Weperen, eerder deze week in het Agrarisch Dagblad. "Wanneer de liberalisering haar werk zou doen, zouden boeren omvallen; dat zou de onroerendgoedprijs (land) onderuit laten gaan en dat zou, hoe erg ook, een beter beeld van de werkelijkheid geven", schreef Van Weperen. Boeren hebben belang bij een lage kostprijs, zo is de stelling van Van Weperen, en die kunnen ze niet behalen doordat ze duurbetaalde grond moeten laten financieren. Of, in het geval van melkveehouders, duur melkquotum.
Van Weperen maakt zich zorgen over hoe de alom verwachte schaalvergroting kan plaatsvinden als de grond en quotum zo duur blijven. "Onder normale financieringscondities betaal ik voor een hectare die ik voor 40.000 euro koop, 2000 euro aan rente en aflossing per jaar. Als ik zou pachten, betaal ik hooguit 1200 euro. Sterker nog: voor elke hectare grasland die ik er bij zou willen hebben kan ik beter besluiten het voer dat er vanaf zou komen te kopen en de mest die ik erover uit zou rijden te laten afvoeren. Dat is goedkoper.”

13 mei 2009

Rapport toont risico's voor volksgezondheid door intensieve varkenshouderij

'Mexicaanse' griep: Rapport toont risico's voor volksgezondheid door intensieve varkenshouderij

Persbericht Nijmegen, 13 mei 2009. De bio-industrie is te vergelijken met een snelkookpan, waarin virussen en andere ziekmakers zich snel kunnen vermengen en verspreiden. Dat is de conclusie van een nieuw rapport van Compassion in World Farming dat deze week verscheen naar aanleiding van de uitbraak van de nieuwe 'Mexicaanse' griep.

Het rapport, dat gebaseerd is op zeer recente wetenschappelijke inzichten, laat zien dat het Mexicaanse virus afkomstig is van varkens en grote gelijkenissen vertoont met virussen die eerder de kop opstaken in Noord-Amerikaanse varkenshouderijen. Bovendien legt het rapport uit dat alleen al het grote aantal dieren in de industriële veehouderij bijdraagt aan de makkelijke verspreiding van dierziekten. Dat geldt bijvoorbeeld óók voor: de hoge bezettingsgraad in de stallen, het vele directe contact tussen de dieren, de veelvuldige diertransporten, de afvoer van mest en het stof in de stallen.

Al eerder wezen onafhankelijke onderzoekcentra op de risico's voor de menselijke gezondheid die ontstaan door de intensieve veehouderij. Nog in 2007 waarschuwde de FAO (de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties) voor de mogelijke ontwikkeling en verspreiding van zoönoses (ziekten die overgaan van dieren op mensen) in industriële varkens- en pluimveehouderijen. Hoe serieus die waarschuwing genomen moet worden blijkt uit de recente griepuitbraak. 'Grootschalige, industriële veehouderij bedreigt niet alleen het welzijn van de dieren maar brengt ook grote risico's met zich mee voor de gezondheid van mens en dier', aldus Geert Laugs, campagnecoördinator van Compassion in World Farming Nederland.

24 april 2009

Als de boeren een klein stapje terugdoen is dat de redding van veel vogels

De Vogelbescherming roept de boeren op om een klein stapje terug te doen:

Soorten als veldleeuwerik, patrijs en grauwe gors zijn met meer dan 90% afgenomen sinds de jaren zestig. Gele kwikstaart, kneu en graspieper zijn sinds die tijd gehalveerd. Agrarisch natuurbeheer kan uitkomst bieden, maar daar moeten dan wel voldoende financiële middelen tegenover staan.

Oorzaken van de sterke achteruitgang van akkervogels komen door een steeds verdere intensivering van de landbouw. Schaalvergroting en het verdwijnen van natuurlijke landschapselementen leiden tot vermindering van broedgebied. Door intensief gebruik van pesticiden en kunstmest ontstaat er minder voedselaanbod. Efficiëntere oogstmethoden hebben tot gevolg dat er ook ’s winters minder voedsel aanwezig is, waardoor er dan meer vogels sterven.

Onderzoek toont aan dat agrarisch natuurbeheer uitkomst kan bieden. De aanleg van brede akkerranden zal leiden tot hogere dichtdeden van onder meer veldleeuwerik en grauwe kiekendief. Het laten overstaan van granen resulteert in hoge aantallen grauwe gors, kneu, geelgors en veldleeuwerik in de wintermaanden. Bijkomend voordeel van deze maatregelen is dat ze goed inpasbaar zijn in de gangbare bedrijfsvoering van akkerbouwers.

Natuurlijke plaagbestrijding

De akkerranden zorgen voor beschutting van weidevogels om te broeden en voldoende voedsel, zoals insecten. Ook zorgen de insecten voor natuurlijke plaagbestrijding, zoals het verminderen van luis in de gewassen.

Meer lezen over akkerranden beheer? Klik hier.

9 februari 2009

Duurzaamheid is het toverwoord om te bedelen voor subsidie

Nu in de landbouw door de kredietcrisis de buikriem wat dreigt te worden aangehaald probeert de Agrosector met oude wijn in nieuwe zakken weer eens een graai te doen in de subsidiepot. Het verzoek om steun van de overheid gaat onder het mom van duurzaamheid bevorderen.
Toen de vuilnisdienst een te lage status kreeg, werd de naam veranderd in milieudienst.
Toen het spuiten van landbouwgif door de consument met argusogen werd bekeken, hernoemde men het gif in gewasbeschermingsmiddelen.
Ordinair meer geld verdienen door te bezuinigen op dierenwelzijn en megastallen te bouwen heet nu rendementsverbetering.
Is mest een probleem? We voegen wat voedsel toe aan de mest en we wekken energie op via een biomassavergisting in een biogasinstallatie of we rijden meer uit op het grasland dan de EU verstandig vindt en noemen dat derogatie.
Wordt energie te duur? We vragen subsidie om maatregelen te nemen om energie te besparen en daarmee de concurrentiepositie te versterken en om nog meer buitenlandse boeren te kunnen beconcurreren.
Heeft het publiek problemen met het permanent houden van vee binnen de stallen? Geen probleem, we noemen het binnenshuis verzamelen van mest minder belastend voor het milieu.
Vindt het publiek de megastallen lelijk? We pleiten voor een betere inpassing van agrarische bedrijvigheid in het landschap.
Vindt het publiek dat varkens niet permanent tussen stangen moeten staan? We richten wat (zicht)stallen in met varkens in het stro en we laten het publiek binnen met de boodschap dat straks alle varkens zo gehuisvest zullen worden.

Kortom, de lijst met voorbeelden waarop de Agrosector de belastingbetaler in het ootje neemt is lang. Het gaat niet om de waarheid, maar om de geloofwaardigheid van het imago. En de sector weet dat het publiek zich graag in slaap laat sussen. Die heeft immers andere zorgen aan zijn hoofd dan het luisteren naar zijn geweten.

Het “verduurzamen” van de agrosector is allemaal uitstel van executie, want de Nederlandse veehouderij bevindt zich op een doodlopende weg. Dat de grote boeren, die het hardst doen aan schaalvergroting, het laatst zullen overblijven is geen argument om onder het mom van duurzaamheid belastinggeld over de agrarische hanenbalk te gooien.
Wat boeren hier in ons land doen, kunnen boeren in het buitenland op den duur veel goedkoper wanneer ze –gedwongen door valse concurrentie- de innovaties en het negeren van de belangen van mens, dier en milieu van ons overnemen.
Duurzaam beleid is de veestapel te verkleinen en over te laten aan die veehouders die minstens het eko-keurmerk of liever het Demeter-keurmerk voeren, maar liefst nog meer doen aan echt ecologisch verantwoorde maatregelen. Het kost de consument wel wat meer geld en levert gezondere voeding op, maar het bespaart de belastingbetaler bakken met geld.

3 december 2008

De megalomane droom van een varkenshouder

Varkenshouders houden varkens om geld te verdienen. Hoe meer varkens je houdt, hoe groter de kans dat je veel geld verdient. Johnny Hogenkamp is zo’n varkenshouder die het ook andere boeren gunt om veel geld te verdienen. Hij adviseert daarom melkveehouders om de aanpak van het bedrijf net zo te doen als een varkenshouder het aanpakt.
Hij is op studiereis geweest naar Japan waar de heer Hazama woont. Hazama pakt het direct groot aan. Voor wie wil weten hoe een varkenshouder droomt en hoe het in ons land ook zou kunnen gaan als de veeboeren grenzeloos hun gang zouden gaan, moet eens kijken op het reisverslag van Hogenkamp.

15 juni 2006

Horsificatie: het weidelandschap weerspiegelt niet meer de agrarische werkelijkheid

Doordat boeren hun koeien soms het hele jaar op stal houden, worden de weides logischerwijze saaier als deze alleen worden gebruikt voor het laten groeien van gras. Gras dat wordt gemaaid in precies de juiste hoeveelheid die de koeien op stal nodig hebben. Wanneer er op dat moment vogels in broeden dan is dat jammer, want weinig boeren nemen de tijd en hebben zin om de nesten te beschermen.
Daarnaast moeten veel boeren stoppen omdat hun bedrijf niet rendabel meer is en zij de concurrentie met de grotere intensieve veehouderijen niet meer aankunnen. Hun opstallen worden vaak opgekocht door mensen uit de stad die paarden en pony’s laten lopen in de wei.
De vele miljoenen varkens en kippen in de bio-industrieschuren kwamen al niet meer buiten. Een argeloos voorbijganger op het platteland zou kunnen opmerken dat er meer paarden in de wei komen en zou tevreden vaststellen dat er veel van de “edele” natuur valt te genieten op het platteland. Mogelijk dat er ondertussen ook wat andere soorten vogels leven in en rond de wei, maar zeker niet minder dan vroeger.
Maar dat alles koek en ei is, is maar schijn. Wat er in feite gebeurt, is dat het grootste deel van het vee aan het oog is onttrokken en hun miserabele korte leven doorbrengt in een gesloten systeem, als betrof het echt een productieonderdeel van een fabriek onder de naam “van zaadje tot karbonaadje”.
Het Nederlandse landschap wordt steeds meer een parklandschap van mega omvang. Dat zou op zich prima zijn, ware het niet dat er door de politici nauwelijks pogingen worden gedaan om het dierenleed achter de schermen te verminderen. In een Nederland waarin geen beleid wordt gevoerd op het stoppen van de achteruitgang in het aantal boeren, zou wel een beleid gevoerd moeten worden op het navenant doen krimpen van de veestapel. Nu vindt schaalvergroting in de veestapel plaats, terwijl de economische marges te klein zijn geworden om te investeren in dierenwelzijn. Voedsel voor het vee wordt geïmporteerd en de mest wordt onder de mat geveegd of industrieel tot energie verwerkt.
De enige beweging die er politiek is, is het afbrokkelen van laatste restjes voorsprong die ons land in de regelgeving had op het buitenland. Dat in werkelijkheid de (inter)nationale achteruitgang in dierenwelzijn is en werd aangejaagd door de schaalvergroting in de vaderlandse veehouderij, houdt men angstvallig verzwegen.
Het enige wat de kiezer aan deze ontwikkelingen kan doen is zijn stem bij de landelijke verkiezingen te geven aan een nieuwe generatie politici. Die nieuwe generatie zou gekenmerkt moeten worden door de moed om een echte dialoog aan te gaan met de belangengroepen in ons land. Die bereid is om vol te houden om de degeneratie in het agrarische bedrijfsleven van het ethisch handelen en het afbreken van de regelgeving voor welzijn te stoppen. Het denken in die sector is nu alleen nog maar gericht op winstmaximalisatie op korte termijn.
Dat deel van de veehouderij dat voedsel produceert achter gesloten deuren, vanwege imago of om ziektes buiten de deur te houden zou best uit ons land mogen verdwijnen. Er is in ons land geen sprake van dat de voedselvoorziening in gevaar komt, laat staan op Europese schaal.

Voor meer over pappen en nathouden door politici, klik hier.

Er zijn nog veel meer onderwerpen

Dit weblog toont hierboven de laatste bijdrage of een reeks die gaan over een bepaald onderwerp dat (in)direct dieren (be)treft. Door rekening te houden met de belangen van dieren en door kritisch te zijn naar de agrosector kunt u geld besparen.

U kunt meer weblogs vinden via het klikken hieronder op de labels die bij andere weblogs werden geplaatst of onderaan via de zoekmogelijkheid. Achter elk label het aantal weblogs dat daarover gaat.

Rechts, tussen de labels en onderaan aanbevolen boeken. Via het label "filmpje" vindt u alle blogs met een Youtube- of Uitzendinggemist-video.

Dit weblog in labels (+ aantal blogs).

aalscholvers (3) actie voeren (25) afleidingsmateriaal (4) afmaken (2) afschot (9) agrarisch (90) agressie (2) agrobusiness (12) agrolobby (6) agrosector (17) AID (1) akkerbouwers (2) akkerrand (7) ambivalentie (2) ammoniak (11) antibiotica (29) apen (9) APV (1) bacteriële infectie (14) bank (5) basisbehoefte (1) bedrijfsvoering (4) beheer (6) belanghebbende (2) belastingbetaler (7) belazeren (4) beleid (15) berengeur (1) bescherming (6) besmetting (12) besparing (1) bestaanszekerheid (2) betrokkenheid (3) bever (1) beverrat (3) bewustzijn (22) bezwaren (1) bijdrage (1) bijensterfte (8) bijvangst (4) bio-industrie (53) biobrandstoffen (4) biodiversiteit (22) biologische boer (22) biomassa (4) biomassavergisting (4) biotechnologie (1) biotoop (3) blank vlees (2) blauwtong (1) Bleker (41) bloedarmoede (1) bloeddruk (1) bodem (4) boek (45) boeren (26) boerenlogica (3) bonsai kitten (1) bont (11) boombruggen (1) Brambell (1) broedgebied (1) broeikaseffect (3) broeikasgassen (8) broodfokkers (3) bruinvis (2) burger (2) carnisme (1) castratie (8) celgetal (3) circus (11) CITES (2) CIWF (11) Club van Rome (2) CO2 (14) Comfort Class-stal (3) communicatie (2) concentratiekamp (1) consumptie (32) controle (6) crisiswet (1) damherten (3) debat (12) demagogie (65) depositie (2) depressiviteit (1) derogatie (6) dierenarts (2) Dierenbescherming (25) dierenleed (103) dierenmishandeling (12) dierenpolitie (1) dierenrechten (55) dierentuinen (9) dierenwelzijn (111) dierenwelzijnscoalitie (2) dierproeven (14) dierrechten (8) diervriendelijk (14) dierziekten (13) ding (2) dioxine (2) Dirk Boon (2) discriminatie (3) documentaire (1) doden (20) dodingsmethoden (4) dolfijn (7) doodknuffelen (1) doping (1) Drenthe (1) drogredenen (42) droom (1) duiventil (2) dumping (2) duurzaamheid (36) dwangvoedering (1) ecoduct (6) ecoduiker (1) ecologie (22) economie (39) edelhert (5) eendagskuikens (2) eenzaamheid (2) EHEC (10) EHS (29) eieren (12) eiwitconsumptie (4) ekoproducten (3) emancipatie (1) emissie (3) empathie (1) ESBL (8) ethiek (19) etikettering (7) etiquette (1) EU (27) evolutie (3) exoten (3) export (72) fairtrade (1) FAO (4) fauna (5) Faunafonds (1) faunapassage (3) fazant (4) fijnstof (12) filmpje (119) filosofie (9) flora (3) foie gras (3) fokkers (7) fosfaat (5) fourageergebied (2) fraude (3) Friesland (1) fruitariër (1) GAIA (3) gans (25) geboortekrik (1) gedrag (5) geiten (12) geld verdienen (16) gemalen (1) gentech (3) Gerstenfeld (2) geur (1) gevangenschap (6) gevoelens (10) gewasschade (5) geweten (6) gezelschapsdieren (2) gezond verstand (3) gezondheid (26) Gezondheids- en WelzijnsWet voor Dieren (6) gif (11) gigastal (3) Godwin (6) goudvis (1) graan (2) grasland (2) Greenpeace (3) grenzen (3) groeibevorderaars (3) groene energie (4) GroenLinks (7) grondgebonden (5) grondrechten (13) grondwet (3) H1N1 (1) H5N1 (5) H5N8 (2) haantjes (4) Halacha (1) halal (6) handhaving (5) hart- en vaatziekten (2) hazen (4) hengelsport (4) herkomst (1) hitte (1) HLS (1) hobby (1) Hofganzen (1) Holocaust (3) hond (13) honger (11) hoorzitting (1) horeca (1) houden van (1) Hubertuslegende (1) huisdieren (35) huishoudelijk geweld (1) humor (5) hypocrisie (8) idealen (3) imago (14) import (8) inbeslaggenomen (2) infectiedruk (2) inkomensschade (1) inkomenssteun (1) inkomsten (3) innovatie (2) insecten (4) inteelt (2) integriteit (3) intelligentie (7) intensieve veehouderij (43) internationaal transport (13) intrinsieke waarde (28) jacht (31) jagen (8) jagers (17) jongeren (1) joodse wetten (2) justitie (3) kaas (2) kadaver (2) kalkoen (2) kalveren (12) kanker (1) katten (7) kerstdiner (4) keukentafelgesprekken (1) keurmerk (9) kievit (5) kiloknaller (2) kinderboerderij (4) kinderen (7) kippen (32) kippenhouder (3) kippenkooien (3) kippenmest (2) klimaat (23) KNJV (2) KNMvD (1) koeien (16) koeienrusthuis (2) konijn (14) kooihuisvesting (4) koosjer (6) kosten (8) kostprijs (16) kraai (1) kunst (7) kwaliteit (5) kweekvis (2) kweekvlees (1) lacto-intolerant (1) land (5) landbouw (15) landschap (8) leeuw (1) legbatterij (3) letsel (1) levensstijl (2) liefde (4) Limburg (1) linoleenzuur (1) Llink (1) LNV (11) Loesje (2) LOG (1) looprichels (1) LTO (7) luchtvervuiling (2) luchtwasser (6) maaibeleid (2) malafide (1) Mansholt (1) markt (5) mastitis (3) McDonalds (3) mededogen (3) media (19) meerwaarde (2) megastallen (49) melkprijs (15) melkquotum (16) melkveehouders (45) mensapen (3) mest (21) mestnormen (3) mestoverschot (26) mestverbranding (1) mestvergisting (7) migratie (3) milieu (30) Milieudefensie (17) MKZ (1) mondiale voetafdruk (7) moraal (6) MRSA (13) muizen (4) muskusrat (7) mythen (2) natuur (35) natuurbescherming (10) natuurbrug (3) natuurgebieden (17) natuurlijk evenwicht (11) neonicotinoïden (2) nertsen (22) Noord Brabant (1) NVWA (2) offerfeest (7) olieslachtoffers (1) olifant (6) omega-3-vetzuren (2) onderzoek (31) ontbossing (5) onteren (1) onverdoofd (11) onverschilligheid (3) onwetendheid (2) oor aan naaien (2) Oostvaardersplassen (15) open stellen (4) opheffen (1) ophokken (3) oproep (2) opvang (4) orka (4) otter (1) Ouwehand (4) overbemesting (5) overlast (25) overproductie (11) paarden (9) paling (5) pandemie (1) paradox (1) PETA (4) Peter Singer (4) plantaardige voeding (16) platteland (7) plezierjacht (27) plofkip (13) pluimvee (3) politie (3) politiek (71) populatie (6) positieflijst (2) postduiven (4) preventie (3) prijs (6) prisoner's dilemma (2) productiebos (1) productiviteit (1) proefdieren (9) Proefdiervrij (3) prooidieren (2) protest (11) provinciaal (4) Provinciaal OntwikkelingsPlan (1) provincie (3) puppies (1) PvdD (145) PVV (5) Q-koorts (21) Raad Van State (1) raaigras (2) Rabobank (7) RAD (1) radioactiviteit (1) ramp (2) ratten (2) recept (1) Rechten Voor Al Wat Leeft (3) reclame (14) recreatiegebied (5) ree (2) Rekenkamer (1) rekenmodel (1) rendement (3) rentmeesterschap (2) resistent (8) respect (21) ritueel (20) roofvogels (12) ruimen (11) ruimtebeslag (3) saneren (2) schaalvergroting (15) schadevergoeding (15) schapen (4) scharreleieren (4) Schmallenbergvirus (1) seks met dieren (2) sexen (1) SHAC (1) shechita (1) slachten (44) slachterij (10) slavernij (3) slow food (2) soja (10) SOVON (1) speciësisme (8) speculatie (1) speelketting (1) spelen (1) spiritualiteit (4) staartknippen (1) stadsboeren (1) stal (3) stamping out (1) stierenvechten (6) stropers (3) subsidie (29) supermarkt (26) symptoombestrijding (1) taal (4) Thieme (27) tijgers (2) toekomst (8) Tom Regan (5) tonijn (1) TV (1) uitspoeling (5) uitstoot (3) uitvalspercentage (4) utilisme (1) vaccineren (2) valorisatie (2) vangstquota (1) varkens (61) varkensflat (4) varkensgriep (3) varkenshouder (8) vee-industrie (28) veehandelaren (3) veemarkt (1) veestapel (28) veevervoer (3) veevoeder (15) veganisme (15) vegetariër (8) vegetarisme (26) verantwoordelijkheid (10) verboden (13) Verburg (20) verdoven (8) vergassen (3) vergiftiging (5) vergoeding (7) vergunning (7) verjagen (3) verkiezingen (25) verloting (1) versnipperen (3) verveling (9) vervuiling (8) verwaarlozing (4) verzorging (3) vestiging (1) virus (7) vis (12) Vissenbescherming (3) visserij (21) vlees (82) vleeskuikens (17) vleestax (1) vleesvervangers (9) vlieg (1) vlinders (3) voeding (59) Voedingscentrum (2) voedingsvenster (1) voedingswaarde (3) voedseloverschotten (5) voedselprijs (9) voedselveiligheid (4) voedselzekerheid (11) Vogelbescherming (12) vogelgriep (17) vos (19) vrijheid (67) vuurwerk (3) VWA (2) Wakker Dier (38) walvis (9) wandelaar (1) waterkrachtcentrales (1) waterkwaliteit (3) waterschap (3) weidegang (33) weidevogels (20) Wereld Natuur Fonds (1) wereldmarkt (5) werkgelegenheid (1) wild (16) wildbeheereenheden (1) wildroosters (1) wildsignalering (3) wildviaduct (1) wildwissel (2) winstmarge (3) wol (1) wolf (4) WSPA (5) zeehond (4) zeereservaat (1) zeldzame dieren (4) zichtstal (4) ziektedruk (7) zoelen (1) zoönose (5) zorgboerderij (1) zorgplicht (2) zuivel (11) zwanendriften (1) zware metalen (1) zwerfdieren (3) zwijnen (5)

Zoeken op dit weblog, Animal Freedom, Wakker Dier, CIWF

Zoeken op dit weblog, Animal Freedom, Wakker Dier, CIWF

Steun Stichting Animal Freedom

Koop boeken via bol.com of Youbedo en steun ons werk.

Bol.com heeft veel, waaronder diervriendelijke kookboeken

Boeken algemeen

Koop boeken via YouBeDo en doneer 10% gratis aan de Animal Freedom Stichting

Dieren algemeen

Dier algemeen