Berichten weergeven met het label agrarisch. Alle berichten weergeven
Berichten weergeven met het label agrarisch. Alle berichten weergeven

30 november 2016

Eerlijke melk wordt lokaal geproduceerd

Milieudefensie start een campagne voor meer lokaal geproduceerde melk

Landelijke actie
Met ‘Allemaal Lokaal’ hebben we al laten zien dat lokaal produceren heel goed mogelijk is. Daarom zetten we nu een volgende stap met de campagne ‘Eerlijke Melk’. We gaan landelijk actie voeren om de problemen rond melk duidelijk op de kaart te zetten en de vraag naar eerlijke melk te stimuleren. De zuivelindustrie moet nu echt lokaal en eerlijk gaan produceren. Grote supermarkten en voedselproducenten moeten boeren een fatsoenlijke prijs gaan betalen voor eerlijke melk.

Samen zorgen we voor verandering
Laten we samen ook van deze campagne een succes maken! We kunnen prima melk produceren zonder oerwoudkap en zonder megastallen. In de loop van de campagne komen we met allerlei acties waar ook jij aan mee kunt doen. We willen veranderingen gaan afdwingen: minder koeien per hectare in de wei en veevoer van eigen bodem, zoals tarwe en peulvruchten. En eerlijke melkprijzen voor onze boeren. We hebben al laten zien dat het kan: mede dankzij jouw steun zijn er eieren en kaas te koop waarbij de dieren lokaal veevoer krijgen.

Nieuwsgierig?
Bekijk snel onze campagnesite! En ontdek feiten over melk die je nog niet kende. Weet jij bijvoorbeeld hoe groot het gebied met sojaplantages in Zuid-Amerika is? En hoeveel procent van de landbouwgrond wereldwijd wordt gebruikt voor veevoer? Ontdek dit en veel meer op de site.

Bekijk de campagnesite.

19 oktober 2016

Tips gevraagd over de relatie tussen dierenwelzijn en volksgezondheid

De redactie van KRO NRCV de monitor schrijft op haar website:

In de supermarkt koop ik meestal het diervriendelijkste ei. Maar misschien ga ik daar mee stoppen. Het lijkt er op dat die eieren juist slecht zijn voor het milieu en daarmee ook voor onze gezondheid.
In ons onderzoek voor het dossier Megastallen horen we regelmatig dat méér dierenwelzijn leidt tot meer luchtverontreiniging. Dat zou betekenen dat dierenwelzijn slecht is voor ons welzijn. Het is een geluid dat regelmatig voorbijkwam op een symposium over de veehouderij en volksgezondheid. Wij horen graag in hoeverre dit klopt dus kom met je reacties.
Tot zover de redactie.

Het is duidelijk dat de redactie slecht is geïnformeerd of zelfs voor het karretje van de demagogen van de intensieve veehouderij is gespannen. Het is goed als anderen hun inlichten over werkzame en diervriendelijke oplossingen. Wie wil mailen, klik op bovenstaande link en reageert via de mails aan de redactie die onderaan het artikel vermeld staan.
Hieronder een aantal suggesties, die fijnstof voorkomen en dierenwelzijn verhogen.

In het artikel staat verder:
Belangenbehartigers van boeren komen met twee tegenargumenten: fijnstof komt vooral uit het buitenland (waar) en er is geen wetenschappelijk bewijs dat de veehouderij direct verantwoordelijk is voor fijnstof en daarmee de ziektelast. Maar de onderzoekers vinden de kwestie erg genoeg om nadrukkelijk te pleiten voor het terugdringen van de uitstoot van de sector.
De sector zoekt de oplossing in betere stallen. Hoe beter die fijnstof opvangen, hoe minder ziekte de stal verspreidt. Maar dat effect kan teniet worden gedaan als de beesten veel buiten mogen rondlopen. Scharrelen, zo horen we, is niet goed voor de gezondheid van omwonenden en eigenlijk het hele land. Want fijnstof reikt ver.
Wethouder De Kruijff van Barneveld werd er afgelopen vrijdag een beetje boos over: ‘Door het dierenwelzijn is het volksgezondheidsprobleem ernstig vergroot. Moeten we ook niet aan ons eigen welzijn denken?’
Tot zover de redactie.

Het probleem is niet dat kippen veel buiten komen, het probleem is dat te veel kippen worden gehouden binnen en buiten op een te kleine ruimte. De veel te grote Nederlandse veestapel wordt gehouden om eieren en kippenvlees te verkopen op de buitenlandse markt. Dat kan niet anders dan door te bezuinigen op dierenwelzijn. Worden dieren in ons land gehouden tegen normale of de hoogste dierenwelzijnseisen dan worden de producten duurder dan die uit het buitenland.
Wanneer de veestapel wordt verkleind tot een omvang per boer en stal dat de kip buiten kan lopen zonder overlast van omwonenden en zonder belasting van het milieu (op voldoende gras in plaats van kapot gelopen aarde) dan zijn kippenwelzijn en de volksgezondheid tegelijk gebaat. Bovendien is het product gezonder.
Tot nu toe worden veel kosten van de gangbare veehouderij geniepig op het bordje van de burger geschoven. Zie bijvoorbeeld het onderzoek naar de echte prijs van melk. Als die kosten in rekening zouden worden gebracht bij zowel de biologische als gangbare boer, wint de eerste het op kostprijs en dus in de winkel.
Mogelijk is het gevolg dat de consument meer moet betalen voor eieren en vlees en minder belasting hoeft te betalen voor het opruimen van de gevolgen van de bio-industrie. Is dat een bezwaar, dan kan de consument veel beter overgaan tot vleesvervangers want die hebben veel minder nadelen en zijn goedkoper, zeker wanneer veel consumenten ertoe overgaan.

3 februari 2016

Bewustwording rondom dieren in de voedselproductie

Een boer verdient geld wanneer hij meer geld krijgt voor wat hij produceert dan hij er als kosten heeft ingestoken. Dat is logisch en hoe meer productie hoe meer inkomen. De Nederlandse markt is al vele decennia te klein om voldoende te verdienen, vandaar dat in ons land vooral geproduceerd wordt voor de wereldmarkt.
Boeren rekken letterlijk en figuurlijk graag de grens op en de discussie gaat vervolgens over hoeveel mest kan het milieu nog verdragen, hoe erg is dat biodiversiteit vermindert, hoeveel mag dierenwelzijn kosten, etc.. Daarmee wordt het praten over een simpele (ecologisch verantwoorde) balans tussen vraag en aanbod alleen gebaseerd op productie voor een binnenlandse markt vermeden. En dat is jammer, want met een kleinere veestapel zijn veel meer voordelen te behalen dan de bulk van kiezers zich realiseert. Als ergens onbeheerste groei kwaad kan dan is het wel in de veehouderij.

Wanneer te veel boeren hetzelfde produceren dan zakt de verkoopprijs onder de kostprijs. Een voorbeeld is de varkenscyclus. Boeren proberen dus vooruit te kijken en slim te investeren en kiezen politici die in het expansieve beleid boerenbelangen dienen. Tot zover lijkt het op gewone economie, maar er is een omstandigheid die maakt dat extra goed moet worden bewaakt of die agroproductie wel verantwoord gaat en dat is wanneer dieren het verdienmodel zijn. Het geldt ook voor akkerbouw en tuinbouw, maar dan kan het milieu meer in het geding zijn. Deze agrosector verjaagt vooral dieren van hun land, trekt ongewenste dieren aan of er is weinig diversiteit onder de dieren die je wel ziet.

De Nederlandse veehouderij wijkt af van die in de meeste andere landen ter wereld in die zin dat wij meer overproduceren. Het gevolg is dierenleed en mestoverschotten en als gevolg daarvan strengere controle en regelgeving. Het publiek realiseert zich niet goed wat de gevolgen van de overproductie voor zichzelf zijn, want de PR-machine van de agrosector is zeer effectief en het publiek is maar matig geïnteresseerd in het leed dat niet direct henzelf treft.
Natuurlijk, er zijn mensen die bij de beelden, hoe vee geslacht wordt, schrikken en ogenblikkelijk hun voedingspatroon veranderen uit compassie en om zich niet meer schuldig te voelen. Maar dierenleed is meer dan alleen het doden bij de slacht. Dat dieren gedood worden om te worden gegeten zal een vleeseter nauwelijks interesseren, vooral niet wanneer slachters zich gewoon aan de regels houden.

Willen we verbeteringen bewerkstelligen die minder dierenleed opleveren dan moeten er een aantal dingen samengaan. Boeren moeten beter kunnen verdienen met een werkwijze gericht op (levens)kwaliteit in plaats van kwantiteit en die ook nog eens minder dierenleed oplevert. Zij en de voedselverwerkende industrie moeten niet worden verleid tot steeds hogere productie die domweg meer geld oplevert, zoals na het afschaffen van het melkquotum gebeurde. Veel produceren (grotere veestapel bezitten) gaat samen met een hoge status. Grotere omzet is ook op managementniveau in de agrosector een aanjager van nog meer groei.
Dit regelen kan de sector niet zelf doen, want alle neuzen binnen de agrosector staan gericht op groei. En wie niet meedoet en uitvalt heeft het aan zichzelf te danken. De overgebleven boeren hebben het na uitdunning nog makkelijker om hun doelen te halen, immers “veel boeren maken de spoeling dun”.

Veranderingen kunnen ook nauwelijks beïnvloed worden door de consument want de grootste afzetmarkt ligt in het buitenland. Er is ook op korte termijn bekeken een schijnvoordeel van de grootschaligheid.
Praten met een boer over meer dierenwelzijn helpt ook niet, want hij vindt juist dat alle indicatoren -dat hij het goed doet- hem gelijk geven. De jonge dieren groeien toch omdat ze goed verzorgd worden? Boeren hebben niets aan zieke dieren en de ingrepen die hij doet zijn of onzichtbaar in een gesloten stal of worden afgedekt door de regelgeving en de zorgindustrie er omheen. Wat moet een burger inbrengen tegen het argument dat ons land hoogstaande kwaliteit levert, die ook nog eens veel afgenomen wordt in het buitenland? Het is de arrogantie van de macht. Wie deze drogredenen niet doorziet, klik hier.

Duurzaam en diervriendelijk producerende boeren in eigen land ondervinden concurrentie van binnenlandse en buitenlandse collega's. Kwetsbare binnenlandse markten mogen best worden afgeschermd op voorwaarde dat het land zelf niet buitenlandse markten bedreigt. En we zijn in Nederland ver weg van deze situatie. Toch kan het snel veranderen. Grootschalige boerenbedrijven lijken een concurrentievoordeel te hebben, maar zijn ook meer afhankelijk van toeleveranciers (grondstoffen / voer uit het buitenland en energieprijzen).

Veranderingen ten goede kunnen komen van politici die gekozen zijn door een bewust kiezerspubliek. Vandaar dat onze artikelen gericht zijn op die bewustwording. Dieren en mensen worden gelukkig wanneer zij natuurlijk kunnen leven in vrijheid. En die bewustwording daar werken we aan, gestaag en inspelend op de ontwikkelingen in de politiek.

Los van de onmacht van het individu om veranderingen af te dwingen is het nooit goed om afwachtend te zijn wanneer je kunt weten dat jouw eetgewoonte negatief uitpakt op de kwaliteit van leven van dieren en mensen.

11 januari 2016

Meer geld voor boeren gaat niet naar welzijn dieren

De agrosector heeft beschikking over een enorme PR-machine die er steeds weer in slaagt de burger op het verkeerde been te zetten. Zo wordt er voortdurend beweert dat de Nederlandse boeren en tuinders een belangrijke bijdrage aan de economie leveren. Die bijdrage is (bruto) 1,5%, maar de PR-machine maakt er meestal 10% van.

De Nederlandse melkveehouderij zou ook een belangrijke bijdrage leveren aan de oplossing van de voedseltekorten in de wereld. Er zijn helemaal geen voedseltekorten, het voedsel komt niet daar waar het zou moeten komen. En dat komt onder andere door woekerwinsten die in de voedselketen worden gemaakt. Zo wordt basisvoedsel onbetaalbaar gehouden voor de ongeveer 800 miljoen arme sloebers in de wereld die onvoldoende voedsel krijgen. Nederlandse melk is daar geen oplossing voor: ruim 70% van de wereldbevolking is lacto-intolerant. Die hebben dus niets aan melk, want ze worden er ziek van. Bovendien produceert de Nederlandse melkveehouderij vooral voor de goedverdienende bovenlagen in de maatschappij. En tenslotte: de totale Nederlandse melkproductie is ongeveer 1,5% van alle melk die op de wereld wordt geproduceerd. Inderdaad, een druppel op een gloeiende plaat.

En dan is er nog de zorgvuldig in standgehouden mythe dat Nederland wereldkampioen dierenwelzijn is. Oh ja? Hoe komt het dan 70% van onze melkveestapel ernstige pootproblemen heeft. Hoe kan het dan dat een kwart van de veestapel rondloopt met klinische (zichtbare) uierontsteking. Een kwaal die voor de koe erg pijnlijk is en er voor zorgt dat in een glas melk al gauw een vingerhoedje pus zit. Dan hebben we nog niet gehad over het erbarmelijke leven dat het overgrote deel van de plofkippen en varkens in Nederland hebben. Er wordt voortdurend beweerd dat koeien, kippen en varkens het beter hebben dan diezelfde dieren elders in de wereld. Bewijs wordt nooit geleverd.

Er wordt met enige regelmaat beweerd dat het matige/slechte behandeling van de dieren komt omdat de boeren niet genoeg verdienen. Als de boeren meer geld voor hun producten zouden krijgen, gaan ze ook hun vee beter behandelen. De werkelijkheid leert, dat als een boer meer geld voor zijn producten krijgt, hij dat geld besteedt aan het bouwen van nog meer stallen. Waar de dieren even slecht worden behandeld als voorheen. Het bewijs hiervoor wordt geleverd in de melkveehouderij. Daar is de afgelopen jaren grof geld verdiend, en dat is vrijwel direct omgezet in nog grotere stallen. Grotere stallen, maar wel volgens een oud, dieronvriendelijk concept uit de jaren vijftig van de vorige eeuw. Dat type stal is ontworpen voor het gemak van de boer, niet voor het gemak van de koe.

Het probleem qua dierenwelzijn zit hem hierin: veehouders zien dierenwelzijn als een kostenpost. Meer ruimte per dier in een stal, betekent immers minder dieren per stal. Wat een boer niet schijnt of wil beseffen is dat meer ruimte voor een dier, doorgaans een gezonder dier betekent. En dat zorgt weer voor een lagere rekening van de veearts.
(Melk-)veehouders zien dat (nog) niet. Zij kijken alleen naar de euro’s die binnen komen, niet naar de euro’s die er uitgaan. Ze zijn gek gemaakt door opleidingen, adviseurs van de banken en veevoerbedrijven, die jarenlang hebben beweerd dat schaalvergroting de enige mogelijkheid is om te overleven.
Intussen leert de praktijk van alle dag dat die stelling niet klopt. De boeren die het meest hebben uitgebreid hebben nu de grootste financiële problemen. Boeren die niet kozen voor schaalvergroting, maar relatief klein bleven, zijn de lachende derden. Kijk maar naar de melkprijzen. Een gangbare boer krijgt minder dan 30 cent voor zijn melk, een biologische bijna 60 cent.

Zorg voor het milieu en het dier loont dus.

16 september 2015

Banken frustreren kansen diervriendelijke kippenhouderij

Journalist Jarl van der Ploeg meldt in de Volkskrant op 14 september:
Nederlandse banken hebben tientallen miljoenen euro's uitgeleend aan een van de grootste kippenboerderijen ter wereld, in Oekraïne. Het goedkopere vlees dat hier op de markt is een rechtstreekse concurrent van vlees van de Nederlandse boeren, die zich aan veel meer regels moeten houden.
Het Oekraïense Myronivsky Hliboproduct (MHP) is in handen van Yuriy Kosiuk, een van de rijkste mannen van Oekraïne. Op 380 duizend hectaren land ten zuidwesten van Kiev produceert MHP eigen kippenvoedsel en worden jaarlijks 332 miljoen kippen geslacht, ingevroren, verpakt en uiteindelijk geëxporteerd. Ter vergelijking: in Nederland worden jaarlijks 465 miljoen kippen geslacht.
....
Rabobank en ING hebben miljoenen euro's geïnvesteerd in de kippenfabriek. Rabobank maakt in de periode 2008-2018 127,1 miljoen euro over aan MHP, ING investeert 42,8 miljoen.
....
De banden tussen MHP en Nederland zijn stevig. Nederland is een van de belangrijkste afnemers: vorig jaar werd ruim 12 duizend ton kippenvlees geïmporteerd vanuit Oekraïne - hoofdzakelijk van MHP. Nederlandse bedrijven leverden techniek voor bijvoorbeeld de Oekraïense slachterijen.
Tot zover de Volkskrant.

Voor de goede verstaander: Nederland is vooral een doorvoerland voor kippenvlees. Agropolitici gebruiken de exportcijfers van deze verwerkingsindustrie graag om de omvang van de productie van de sector groter te doen lijken.
In eigen land worden veel meer kippen gehouden dan worden geconsumeerd. Daarbovenop importeert Nederland kippenvlees met als doel deze te exporteren na verwerking. Men noemt dat valorisatie: het toevoegen van waarde van een product ongeacht waar het vandaan komt of naar toegaat. Het gaat in de verwerkende industrie vooral om de export.
De banken die zowel investeren in binnen- als in buitenlandse kippenhouders snijden zich een beetje in eigen vlees, wanneer Nederlandse kippenhouders door de buitenlandse concurrentie failliet dreigen te gaan en zo hun schulden bij de bank niet kunnen betalen. Het is ook hypocriet en in tegenspraak met het eigen beleid.
Maar de kans dat boeren met schulden aan de bank failliet gaan, wordt weer verkleind door de EU die –met geld van de belastingbetaler- de sector met financiële hulp ondersteunt zonder daarvoor een wederdienst te vragen. Alzo worden de risico’s voor de banken gespreid door internationale investering en verkleind door de belastingbetaler. Lachende derde is de Nederlandse kippenvleesverwerkende industrie die uit binnen- en buitenland goedkope grondstoffen krijgt.
Verliezer is de kip, omdat de banken dieronvriendelijke kippenhouderij in het buitenland in het zadel helpen, kunnen Nederlandse kippenhouders die willen investeren in diervriendelijker systemen dit nauwelijks bekostigen.

Voor de goedwillende, diervriendelijke consument zijn er een aantal mogelijkheden om deze situatie helpen aan te pakken:
• Van bank te wisselen wanneer je bankiert bij de ING of RABObank
• Een diervriendelijke(r) partij stemmen bij verkiezingen
• Geen kippenvlees meer eten
• Deel uw mening met anderen

Klik hier wanneer je meer wilt weten over wat je als individu voor dieren kunt doen.

Oorzaak: hypocrisie en onverschilligheid
Gevolg: dierenleed, milieuvervuiling
Verband: demagogie, overproductie

20 februari 2015

Ganzen en muizen verdringen de weidevogels

Door de monocultuur van ingezaaid raaigras op de Hollandse weiden is de woonomgeving voor weidevogels vervangen door een vreetschuur voor dieren die eigenlijk niemand in deze getalen graag op het land ziet. De Nederlandse melkveehouder is getroffen door plagen van Bijbelse afmeting.
Wat te doen? Er zijn oplossingen genoeg, maar zijn die naar de zin van de boeren? De weides zijn bedoeld om gras van te maaien en te voeren aan de koeien die op stal staan. Het is best mogelijk om de koeien naar de weide te brengen, maar op deze wijze denken boeren meer te kunnen melken en dus te verdienen.
Het liefst willen de boeren een direct effectieve maatregel: uitroeiing door de muizen te vergiftigen, te verzuipen of te “mollen”. Voor de ganzen lijkt hen afschot het handigst, ook tijdens het broedseizoen want dan zitten ze toch al stil. Deze ingrepen vallen slecht bij het grote publiek, te meer omdat deze alsmaar moeten worden herhaald om hun effect te hebben.
Het is best mogelijk om weer te gaan sturen op een ecologisch evenwicht, maar die op lossingen nemen tijd en leveren de boer minder op. Dat de boer door de schaalvergroting en de slechte perspectieven om nog geld te blijven verdienen inmiddels het water aan de lippen staat, maakt het ook niet gemakkelijker om toe te geven dat hij heeft meegewerkt aan een letterlijk doodlopende ontwikkeling.
Wat te doen wanneer je geen boer bent en toch wil helpen aan een positieve ontwikkeling waar boer en burger beiden wat aan hebben? Er zijn vele partijen in de samenleving waar je steun aan kunt geven en die een bijdrage leveren aan een oplossing. Belangrijk is te constateren dat er altijd maatregelen genomen moeten worden op verschillende niveaus. Op het ene niveau moeten grenzen worden gesteld aan de beperkte keuzemogelijkheden van boeren. Boeren zouden het perspectief voorgehouden moeten worden waarbij juist niet schaalvergroting en de dieren tot het bot uitmelken de enige manier is om het financiële hoofd boven water te houden.
Op het andere niveau zouden maatschappelijke organisaties goede en eerlijke voorlichting moeten geven aan wat de burger kan doen om bij te dragen aan ontwikkelingen naar een ecologische balans. Op de plek waar burger en ondernemers elkaar dagelijks ontmoeten, de supermarkt, zouden beide groepen kunnen besluiten om niet meer producten af te nemen die het gevolg zijn van onverantwoorde productie: kiloknallers en andere dierlijke producten afkomstig van bedrijven die gericht zijn op de export.
Het is toch de export die de kurk vormt waarop de Nederlandse economie drijft? Het is toch goed wanneer Nederlandse boeren die verantwoord produceren hun producten en productiewijze kenbaar maken aan het buitenland? Daar is toch vraag naar deze goedkope producten?
Het is zeker zo dat goed voorbeeld, goed doet volgen, maar de huidige situatie is dat goedwillende boeren in het buitenland worden weggedrukt uit de markt door overproducerende landen als Nederland en de VS. Het effect is eigenlijk dat niet het goede uit ons land wordt geëxporteerd, maar de hebzucht. En die hebzucht wordt verbeeld door de vette ganzen en miljoenen muizen die vreten aan de wortels van het eiwitrijke raaigras. Die dieren zijn niet de oorzaak van de ellende, maar onbedoelde en onuitgenodigde gasten aan tafel van een wereld die uit balans is.

2 december 2014

Kippenboeren steeds brutaler

De vogelgriep is weer terug bij de pluimveeboeren. Dat is vervelend voor de betrokken ondernemers, maar desastreus voor de kippen. De laatst genoemden worden, ziek of niet, zonder pardon afgemaakt, de ondernemers krijgen een fors deel van hun schade vergoed. Dat betalen ze dus niet zelf, zoals kippen-voorman Oplaat aan het begin van de uitbraak in Nieuwsuur wist te melden.

De kippenboeren krijgen een vergoeding uit het Dier Gezondheids Fonds (DGF). Dat fonds wordt echter maar voor een deel door de kippenboeren gevuld. Er is vastgelegd dat de kippenboeren nooit meer aan dat fonds betalen dan 25 miljoen euro.
De vogelgriep begon op 16 november, en we zijn inmiddels bijna 2,5 week verder. De schade door de vogelgriep wordt geschat op 10 miljoen euro per week. Dit betekent dus dat vanaf woensdag 3 december de burger opdraait voor de rest van de kosten. (2,5 keer 10 miljoen is 25 miljoen).

Pikant detail. Vorig jaar eiste de LTO dat de biologische boeren veel meer zouden moeten bijdragen aan het fonds, omdat uitbraken van vogelgriep vooral voor zouden komen bij vrije uitloop-kippen. Geinig: daarbij ging het steeds om laag besmettelijke varianten van de vogelgriep. Bij deze uitbraak, vooralsnog uitsluitend bij opgehokte kippen, gaat het om de gevaarlijke en zwaar besmettelijke variant.

Broederijen en vermeerderingsbedrijven die door het vervoersverbod worden getroffen krijgen ook een vergoeding. Deze schade is niet voorzien in het DGF, dus die komt sowieso voor rekening van de burger.

Men zou verwachten dat een sector die bij calamiteiten zo afhankelijk is van de overheid (lees: de burger), zich een beetje bescheiden zo opstellen. Immers, wie betaalt bepaalt. Met de pet in de hand hoeft nou ook weer niet, maar het grof geschut waarmee de voormannen van de sector tekeer gaan, is toch wel redelijk beschamend.
Eerst was daar de heer Oplaat die in Nieuwsuur de vloer aanveegde met staatssecretaris Dijksma. De maatregelen die ze had getroffen konden er nog net mee door, maar verder verweet hij haar dat ze onzichtbaar was. Ze had voor de boeren moeten gaan staan, en hen in het openbaar een hart onder de riem moeten steken.

Wat is dat voor flauwekul?

Linksom of rechtsom zijn de betreffende boeren zelf er niet in geslaagd het virus uit hun stallen te houden. Nogal logisch: aan de ene kant van de stal staan grote ventilatoren die lucht naar binnen zuigen en aan de andere kant staan al even grote ventilatoren die de lucht er even hard weer uitblazen. Wel met tig-keer zoveel virus.

Die stallen zijn dus helemaal niet dicht zoals de boeren zelf beweren.

Burgers die aan de kant van de stal wonen waar de lucht weer uitkomt wisten dat allang. Een beetje kippenstal is tot op vijf kilometer benedenwinds nog te ruiken. Een niet echt geruststellende gedachte voor die burgers, nu het blijkt te gaan om een virus dat ook voor mensen besmettelijk en gevaarlijk is.
Zoveel is zeker: als het echt uit de hand loopt is er een zak met geld voor de gedupeerde boeren, en de misschien nog harder gedupeerde burger mag het allemaal zelf uitzoeken. Dat hebben we bij de Q-koorts gezien.

Voor de voormannen van de kippenboeren en verwerkers is dat allemaal geen enkele reden om zich ietsjes meer bescheiden op te stellen. Ze zijn het volstrekt niet eens met de ingestelde vervoersbeperkingen en eisen op hoge toon dat de staatssecretaris de maatregelen per direct aanpast. En zo niet, dan volgt niet alleen een kort geding, maar ook nog een stevige schadevergoeding.

Arme staatssecretaris. Eerst laat ze zich schofferen door meneer Oplaat. Vervolgens stuurt ze de koning naar een getroffen kippenboer, maar dat vinden de boeren niet genoeg. Zijne Majesteit kwam weliswaar met goede bedoelingen, maar met lege handen.
Op zondag verdedigt ze in een stukje door de regering gevorderde zendtijd bij het programma Buitenhof tot in het absurde het bestaansrecht van de economisch gezien uiterst marginale pluimveesector, en dan krijgt ze dinsdag een dreiging met juridische stappen voor de kiezen.

En ze had de sector nog wel zo geprezen: op het gebied van dierenwelzijn en het terug dringen van het antibiotica gebruik waren zeker in vergelijking grote stappen gezet. Oh ja? Al meer dan tien jaar is kappen van snavels van kippen verboden, maar deze staatssecretaris staat het in ieder geval nog tot 2018 toe. Hoezo dierenwelzijn? Bij de cijfers over het terugdringen van het antibioticagebruik zijn op z'n minst vraagtekens te zetten: antibiotica werd en wordt vooral gebruikt als groeibevorderaar. Hoe kan het dan dat enerzijds volgens de sector het gebruik van antibiotica sterk afneemt, en tegelijkertijd het geslacht gewicht toeneemt.

Over de juridische claim van de sector hoeft mevrouw Dijksma niet wakker te liggen. Een rechter met een beetje ruggengraat veegt die claim natuurlijk resoluut van tafel. De sector dient immers vooral bij zichzelf te rade te gaan, al was het maar omdat de grootschaligheid waarmee in Nederland pluimvee wordt gehouden, dicht in de buurt van uitlokking komt als het om vogelgriep gaat.

Los daarvan: je zal maar staatssecretaris zijn van een sector die zichzelf voortdurend over de ruggen van de dieren en de burger in de nesten werkt, en voor wie je het per definitie nooit goed doet.

Het wordt hoog tijd dat de sector eens gaat begrijpen dat de rest van de mensheid niet op de wereld is gezet om hun zelf veroorzaakte problemen altijd maar op te lossen.

marien abrahamse

24 november 2014

Meer frisse lucht voor varkens

Wakker Dier voert actie voor meer frisse lucht voor varkens:

ACTIE - Miljoenen varkens in ons land staan levenslang in verstikkende ammoniakdampen. Dit schadelijke gas is een van de belangrijkste oorzaken van ernstige ademhalingsproblemen en longontstekingen. Varkens willen de ammoniaklucht vermijden, maar dat kan niet als ze opgesloten zijn.

Laten we ervoor zorgen dat de varkens weer naar buiten mogen. Dat kan alleen als er genoeg geld is om te investeren in de leefomgeving van de varkens. Dit betekent dat vlees niet meer voor een absurd lage prijs verkocht wordt. Met jouw hulp gaan wij supermarkten en A-merken hierop aanspreken en kunnen de varkens weer opgelucht ademhalen.

Tot zover Wakker Dier.

In Eenvandaag was onlangs een trotse varkensboer te beluisteren die hoog opgaf over de luxe situatie waarin zijn varkens zich bevinden. Ze konden zo vaak mogelijk van de airconditioning snuiven als ze wilden en ze hadden ook nog vloerverwarming.
In welk land leven varkens zo luxe?

sitestat

In de uitzending ook een theatermaker die een "Ode aan de varkensboer" wilde maken voor mensen die nooit in het theater komen.

Er zijn varkens in Nederland die in de gelegenheid worden gesteld om op een vuile betonvloer buiten wat frisse lucht op te snuiven.
Echt in de volle grond wroeten is hun niet vergund want dat drijft de kostprijs zo hoog op dat concurrentie met het buitenland niet meer valt aan te gaan.

Wat echt helpt voor verbetering in dierenwelzijn is een politiek die gericht is op afbouw van de export van dierlijke producten. Dat betekent in ons land dat er minder dieren gehouden worden. Als kiezer moet je dan natuurlijk niet zo naïef zijn om het argument serieus te nemen dat dan minder dieren in optimale omstandigheden leven omdat buitenlandse boeren de productie overnemen. Dat is vorm van redeneren die eigenlijk in het theater thuishoort.

Wie wil lezen met welke absurde argumenten de vaderlandse bio-industrie nog meer wordt verdedigd, klik hier.

Milieudefensie: 'Wij Willen Wei', vraagt steun voor koe in wei

Amsterdam- 24 november 2014 - Milieudefensie start de campagne Wij Willen Wei om koeien in de wei te houden. Morgen wordt in de Tweede Kamer gestemd over de nieuwe melkveewet. Deze wet bepaalt de uitbreidingsruimte voor melkveebedrijven en daarmee of koeien in megastallen komen te staan of naar buiten kunnen. Uit een peiling van TNS NIPO blijkt dat 97 procent van de Nederlanders wil dat koeien in de wei blijven.

Tijdens de campagne Wij Willen Wei van Milieudefensie plaatsen mensen online hun 'eigen' koe in de wei. Hiermee protesteren bezorgde burgers tegen schaalvergroting van de melkveehouderij. Ze spreken hun steun uit voor een kleinschalige veehouderij mét koeien in de wei, die past binnen Nederland.

Koe in de wei gezonder

"Hoe groter de stallen, hoe minder koeien buiten komen. Al jaren daalt het aantal koeien in de wei gestaag, dat blijkt uit cijfers van het CBS. Weidegang is goed voor koeien omdat het doorligplekken en klauwwonden voorkomt. De koeien die buiten lopen zijn gezonder en krijgen minder antibiotica. Dat is beter voor de gezondheid van dieren en mensen", aldus Jacomijn Pluimers, campagneleider Duurzaam Voedsel bij Milieudefensie.

Nog meer mest

Meer koeien betekent ook meer mest. Sinds de jaren zeventig is er een mestoverschot in Nederland. De overtollige mest schaadt het milieu. De schaalvergroting die nu met de nieuwe melkveewet mogelijk wordt gemaakt zagen we eerder in de kippen en varkenshouderijen. De schaalvergroting heeft daar geleid tot megastallen en is een belangrijke factor in het ontstaan van allerlei dierziekten die ook de mens kunnen bedreigen. De vogelgriep laat zien hoe kwetsbaar de intensieve veehouderij is.

Milieudefensie wil met de campagne Wij Willen Wei bereiken dat de overheid maatregelen neemt om koeien in de wei te houden.

wijwillenwei.milieudefensie.nl

Aannemen melkveewet is een historische vergissing


AMSTERDAM, 25 november 2014 -
Met het aannemen van de melkveewet van staatssecretaris Dijksma begaat de Tweede Kamer een historische vergissing, vindt Milieudefensie. De wet geeft geen norm voor grondgebonden groei. Hiermee kiezen Dijksma en de meerderheid van de Kamer voor schaalvergroting van de melkveehouderij met grote schade voor het milieu en de volksgezondheid. Zonder het verplicht stellen van grondgebondenheid blijft het mestbeleid dweilen met de kraan open. Wat Milieudefensie betreft nog verder open dan hij al stond: nog meer koeien betekent namelijk méér megastallen, méér mest en dus meer milieuschade.

Jacomijn Pluimers, campagneleider Duurzaam Voedsel bij Milieudefensie: "De wet die vandaag is aangenomen zóu moeten zorgen voor een verantwoord groei van de melkveehouderij maar de uitkomst is juist alles behalve verantwoord. Deze wet zet alle deuren wagenwijd open voor groei van de melkveehouderij. Nederland heeft al een mestprobleem - we kunnen de mest in eigen land al lang niet meer kwijt - en dat wordt met de groei van de melkveehouderij alleen maar groter. Al die extra koeien komen in megastallen te staan en de weidegang zal daardoor sterk afnemen."

Volgens Milieudefensie stimuleert de wet de huidige schaalvergroting waardoor steeds meer koeien permanent op stal blijven staan. Pluimers: "Een paar weken geleden nog stemde een meerderheid van de kamer juist vóór weidegang. Dat is niet uit te leggen. Ook staatssecretaris Dijksma laat dit inconsitente beeld zien. In een brief aan de kamer kondigt ze een actiegerichte programma aan waarmee ze de weidegang wil gaan stimuleren, dezelfde weidegang die ze met haar eigen wet tegenwerkt. We hebben weinig vertrouwen in dat programma omdat het huidige Convenant Weidegang na 2 jaar praten nog niet tot verbetering heeft geleid."

Milieudefensie is maandag gestart met de campagne Wij Willen Wei om koeien in de wei te houden. Uit een peiling van TNS NIPO blijkt dat 97 procent van de Nederlanders wil dat koeien in de wei blijven.

11 november 2014

Dijksma negeert wensen Kamer over weidegang

Milieudefensie is verbijsterd dat staatssecretaris Dijksma in een brief aan de Tweede Kamer meldt dat zij de wens van de Kamer om alle koeien in de wei te laten grazen, naast zich neerlegt. De brede steun in de Kamer voor de motie weidegang weerspiegelt de wens van maar liefst 97% van de Nederlanders om koeien in de wei te laten en niet op te sluiten in megastallen. 12 november is er een debat over weidegang in de Tweede Kamer.

Dijksma geeft in de brief aan dat er “praktische bezwaren” voor melkveebedrijven zijn om koeien in de wei te laten. Veel melkveeboeren hebben hun veestapels uitgebreid omdat het melkquotum op 1 april 2015 wordt losgelaten. Koeien in megastallen gaan niet naar buiten omdat de boer daar onvoldoende land voor heeft. Hiermee kiest Dijksma voor schaalvergroting en verdere industrialisering van de melkveehouderij.
De staatssecretaris geeft ook nog ruimte in de melkveewet om melkveebedrijven meer mest te laten produceren dan ze op hun eigen bedrijf kwijt kunnen. Door dit toe te staan, komt er nog meer mest in Nederland, terwijl er nu al een overschot is. Het mestoverschot leidt tot vervuiling van bodem en grondwater, stankoverlast, achteruitgang van de biodiversiteit en risico's voor de volksgezondheid door antibioticaresistentie.

Jacomijn Pluimers, campagneleider Duurzaam Voedsel van Milieudefensie: "Als melkveebedrijven zonder grond mogen groeien, gaan de megastallen in hoog tempo de familiebedrijven van de markt drukken. Zo gaan de koeien de varkens en kippen achterna en is het gedaan met het Hollandse landschap met koeien in de wei. Milieudefensie wil dat staatssecretaris Dijksma de wens van de Kamer en burgers uitvoert en kiest voor een melkveehouderij met toekomst, deze is grondgebonden. Dat betekent dat een bedrijf voldoende grond heeft om de mest op kwijt te kunnen én om de koeien naar buiten te kunnen laten. Dit is beter voor dieren, mensen en het milieu."

Jacomijn Pluimers
Campagneleider Duurzaam Voedsel
Nederland kampt al 40 jaar met een mestoverschot met stankoverlast, achteruitgang van biodiversiteit en water- en bodemvervuiling tot gevolg. De nieuwe Melkveewet is de kans om deze zaken aan te pakken. Wil je meer over het standpunt van Milieudefensie weten, lees dan onze schriftelijke inbreng voor de ronde tafel.

4 oktober 2014

Hoe de agrosector kritiek voor zich laat werken

De Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR), het belangrijkste adviesorgaan van de regering, presenteerde 2 dagen voor Dierendag een rapport waarin zij stelt dat er een voedselbeleid moet komen in plaats van het aloude landbouwbeleid. Dat beleid is nog altijd gericht op het vergroten van de productiviteit en van de export.

Het advies van WRR dat consumenten minder vlees en zuivel moeten eten verrast LTO niet. "Dit is een trend die we al langer zien en die we niet kunnen veranderen. Boeren produceren voor de consument en de consument kiest was hij eet. Deze trend zou gunstig kunnen zijn voor de plantaardige sectoren", aldus een woordvoerder van LTO. Het feit dat de overheid nu mogelijk gaat adviseren minder vlees en zuivel te consumeren vindt LTO niet alarmerend. "Een dergelijk beleid geldt ook voor alcohol. Maar het is uiteindelijk de consument die kiest wat hij of zij eet of drinkt."
LTO noemt het rapport van de WRR een waardevol rapport dat een heldere analyse van de huidige voedselketen geeft. "Wat ons betreft zijn de belangrijkste conclusies in het rapport dat het mededingingsbeleid van de overheid niet stimuleert om het beter te gaan doen en dat de verduurzaming van de voedselketen een verantwoordelijkheid is van alle schakels in de keten", reageert Maat.
LTO zegt dat de Nederlandse landbouw al goed op weg is met de aanbevelingen die de WRR doet om meer oog te hebben voor de ecologische houdbaarheid van voedsel, de volksgezondheidsaspecten en de robuustheid van voedselvoorziening.

Tot zover De Boerderij.


Door de suggestie te wekken dat de sector allang bezig is met diervriendelijk en duurzaam produceren probeert de LTO de voor de hand liggende aanpak af te wenden, namelijk het stoppen met de overproductie (70%) in de vee-industrie. Die aanpak is redelijk succesvol,, maar kost de belastbetaler meer dan hij zich realiseert. Een deel van de kostprijs van de Nederlandse veehouderij is laag, omdat kosten worden afgewenteld op de samenleving. Dit levert bovendien risico's op voor de volksgezondheid.
Zie ook Het belang van de landbouw voor de Nederlandse economie door de Agrolobby opgeklopt.

Wilt u meer lezen over de manier waarop de agrosector haar dieronvriendelijke business probeert goed te praten en haar bijdrage aan de economie op te blazen? Klik dan hier; zie ook De landbouwmythe en haar sprookjes en De burger laat zich door de boer een oor aannaaien.

Aanbevelingen van de WRR
- Landbouwbeleid moet veranderen in voedselbeleid
- Eet en produceer minder zuivel en vlees
- Voedselproductie moet duurzamer
- Een onafhankelijke instantie moet het voedselbeleid evalueren
- Vrijhandel mag niet verhinderen dat er eisen worden gesteld aan ecologische kanten van voedsel
- Zet een rem op ongezond (zout, vet, gesuikerd) voedsel
- Laat industrie en horeca jaarlijks rapporteren over zout, vet en suiker
- Vervang het woud aan keurmerken door twee stoplichten: een voor duurzaamheid, een voor gezondheid
- Mededingingsrecht mag afspraken over verduurzaming niet in de weg lopen
- Grondstoffen moeten zo veel mogelijk worden teruggewonnen, vooral de meststof fosfaat
- Kweken van insecten kan het afvalprobleem verminderen

2 oktober 2014

Van geboorte tot slacht ontleed

Het levenswerk van kalf Jonathan 1127

Deze EO documentaire begint met een mooie beelden van het geboorte van Jonathan in de wei. In de documentaire wordt Jonathan letterlijk tot in detail gevolgd na de slacht.

Volkskrant columnist Jean-Pierre Geelen schreef er dit over:
Het leven van het kalf Jonathan 1127 (maandag als EO-2DOC) was een oase van rust, verfilmd door Henk Dokter. De scharrelstier werd geboren in een weide in de volle voorjaarszon; er kwam geen geboortekrik of kist aan te pas. Dat zijn moeder overleed en het jong op zoek moest naar een vervanger voor melk, kwam het drama alleen maar ten goede. Voor het overige zette de idylle van het jonge leven zich voort. Tot het moment waarop Jonathan de betegelde ruimte van de ambachtelijke slager binnentrad en met zichtbare doodsvrees bokkensprongen maakte.
'Rustig maar, niks aan de hand', loog de slager. En daar knalde de pin in zijn kop; terwijl het lichaam nog schokte ging het mes in zijn keel. Een half uur later fileerde de slager met zichtbare arbeidsvreugde het 'harinkje' en de 'jodenhaas'.
Het leven van kalf Jonathan 1127 bood misschien een eerlijke en onbevangen blik op een koeienleven, maar het was ook een verregaande romantisering van de gemiddelde biefstuk, die voor het overgrote deel uit de bio-industrie komt.

Tot zover Geelen.

In de documentaire het nummer "Sorry" van Kyteman. En daarmee was geen woord teveel gezegd.



Gelukkig voor Johannes woog hij bij geboorte 70 kg. Kalfjes met een te laag gewicht mogen niet meer worden vetgemest tot kalfsvlees. Wat gaat er nu met hen gebeuren?

Per 1 januari scherpen de kalvermesterijen hun eisen aan. Dieren die minder dan 36 kilo wegen, zijn niet meer welkom. Zo willen kalverbedrijven hun antibioticagebruik verminderen. Lichtere dieren hebben minder weerstand.

1 september 2014

Pluimveesector uitgebuit

Op Eenvandaag een uitzending over Poolse werkneemsters in de pluimveesector die vinden dat zij te laag worden betaald.
Gevraagd of zij zelf wel eens pluimvee eet, meldt ze "ik eet die rommel niet".

De uitbuiting geldt voor alle sectoren in de Nederlandse vee-industrie.

De agrarische sector kan in feite al jaren niet meer zijn eigen broek ophouden. De Russische importban is alleen maar de ‘spreekwoordelijke druppel’. Dat stelt FNV Bondgenoten in een brief aan staatssecretaris Dijksma.

FNV Bondgenoten constateert dat boeren door schaalvergroting en overproductie steeds minder verdienen aan hun productie. Maar ook in de keten zelf gaat het mis. ‘Grote retailbedrijven maken de dienst uit en draaien de duimschroeven bij telers en boeren aan, waardoor de inkoopprijs daalt.’ Volgens de bond is er meer nodig dan subsidies en tijdelijke crisismaatregelen om de land- en tuinbouwsector weer gezond te krijgen. De vakbond wil met Dijksma praten over een duurzamere sector, vooral op het gebied van arbeidsvoorwaarden.

2 augustus 2014

Is antibioticagebruik wel afgenomen?

Deze week zijn bijna 2500 kalveren geruimd (afgemaakt) omdat ze een verboden kankerverwekkend antibioticum in hun lijf hebben.
Als het een beetje tegenzit, volgt er later deze maand nog een veelvoud aan varkens.
Honderd bedrijven zaten op slot. De sector doet er alles aan om deze kwestie af te doen als een betreurenswaardig incident.
Immers uit cijfers blijkt dat dierenartsen sinds 2009, los van het nu ontdekte middel, ruim 50 procent minder antibiotica voorschrijven. En ja, een foutje kan natuurlijk altijd gebeuren.
In ieder geval ligt de fout niet bij de boeren, want die doen, zoals iedereen weet, nooit iets verkeerd.
Er zijn echter ook cijfers die er op wijzen dat het gebruik van antibiotica in de veehouderij helemaal niet is afgenomen. Als het antibioticagebruik ruim de helft minder is, dan zou het gemiddeld geslacht gewicht ook moeten afnemen. Niet met kilo’s tegelijk, want zo geweldig is het effect van antibiotica nou ook weer niet. Maar bij een vleeskuiken zou een paar ons minder, en bij een varken of kalf een kilo minder, logisch zijn.
Het CBS publiceert jaarlijks per soort hoeveel dieren er zijn geslacht en hoeveel geslacht gewicht dat opleverde. Deling van het ene getal door het andere levert dan het gemiddelde geslacht gewicht per dier op.
Die gewichten waren voor varkens in 2009: 92,2 kg, 2012: 93 kg, 2013: 93,2 kg. Vleeskuikens in 2009: 1,59 kg, 2012: 1,6 kg, 2013: 1,65 kg. Kalveren 2009: 140 kg, 2012 :144,4 kg, 2013: 146 kg.
Volgens de cijfers stijgt het geslacht gewicht, terwijl het gebruik van groeibevorderaars meer dan halveerde. Voor deze merkwaardige stijging zijn een paar verklaringen mogelijk.
De veehouderij is er misschien in geslaagd een qua werking met antibiotica vergelijkbaar alternatief te ontwikkelen.
Niet erg waarschijnlijk, want in dat geval werd vrijwel zeker helemaal geen antibiotica meer gebruikt. Of de dieren krijgen meer te eten. Niet erg waarschijnlijk voor wie naar de ontwikkeling van de krachtvoerprijzen kijkt. En bovendien: ook voor een dier dat toch al volgepropt wordt, geldt: vol is vol.
Of de dieren krijgen gewoon net zoveel antibiotica als vroeger, alleen niet meer via de dierenarts. Er is via internet of andere kanalen een veelheid aan niet verboden antibiotica te koop.
Tenslotte is het ook mogelijk dat antibiotica nooit als groeibevorderaar heeft gewerkt. Dat zou nogal wrang zijn, omdat we dan voor niets door de vee-industrie zijn opgescheept met een scala aan resistente bacteriën. Wellicht iets om eens over na te denken.
Bij de barbecue bijvoorbeeld.

marien abrahamse

31 juli 2014

Snelheid waarmee we op aarde dieren verbruiken


Het aantal dieren dat is geslacht om mensen te voeden sinds u deze pagina opende



Bron: Action for Animals

Voor beelden van de levens van deze dieren (en andere diersoorten) voordat ze gedood werden, bezoek de website van fotografe Jo-Anne McArthur. Verlamt dit inzicht u? Realiseert u zich dan dat de oplossing simpel is en van niemand anders afhankelijk. U hoeft er niets voor te doen, alleen iets te laten. Stop mee te werken aan dierenleed.

4 juni 2014

Strijd om de weide

Doordat een aantal grootschalige melkveehouders de laatste jaren niet zoveel rekening hielden met de leefomgeving van weidevogels en insecten, verliest het Nederlandse landschap een aantal iconische fauna. De grutto is daar een van. Hoe kunnen melkdrinkers en melkboeren bijdragen aan een gezonde natuur? In Strijd om de Weide zocht Andrea van Pol op het Food Film Festival afgelopen mei naar een antwoord.



In de registratie van de discussie tussen de diverse belangengroepen wordt helder gemaakt hoe het komt dat de oorspronkelijke biodiversiteit tegenwoordig teruggedrongen is tot 40.000 van de 1 miljoen hectare landbouwgrond.

16 mei 2014

De landbouwmythe en haar sprookjes

Het is een steeds terugkerende mythe: 'de Nederlandse landbouw exporteert jaarlijks voor €80 miljard, dat kunnen we niet zo maar weggooien.'
Onlangs was het weer raak bij het tv-programma Eén op Eén waar Sven Kockelmann namens de boerenlobby (LTO) een poging deed Marianne Thieme weg te zetten als iemand die met haar strijd tegen de bio-industrie onze welvaart in gevaar brengt. En dus herhaalde hij nog maar eens: 'de Nederlandse landbouw exporteert jaarlijks voor €80 miljard, dat kunnen we niet zo maar weggooien'.

Uit de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt echter dat die €80 miljard nauwelijks van de Nederlandse landbouw komt. (Bron: CBS, agrarische handel, import/export tabellen). In die 80 miljard van Kockelmann en de LTO zitten bijvoorbeeld hout, kurk, drank, koffie, cacao, thee, sigaretten, snoep, specerijen, kruiden, tabak en een grote post diversen. Samen ruim €25 miljard. Dat komt niet van Nederlandse boeren, laat staan van Nederlandse veehouders.

Blijft over €55 miljard die men zou kunnen toeschrijven aan de agrosector. Maar, ruim de helft daarvan is doorvoer. Dus die producten komen binnen, strik er omheen, vaak door onderbetaalde Poolse arbeids-immigranten, en gaan weer verder.
Daar doen onze boeren helemaal niets voor. Ze hebben er niets mee te maken.

Blijft over €27 miljard. Ruim de helft daar weer van komt voor rekening van de groenten, fruit en bloementelers. Blijft voor de boeren en veehouders over: €13 miljard.
Maar ook die €13 miljard komt niet van eigen bodem.
De varkens en kippen worden voor het grootste deel allemaal groot gebracht op geïmporteerd veevoer. Ongeveer de helft van de melkproductie in Nederland komt van eigen gras. De andere helft wordt uit de koe getrokken met geïmporteerde soja en ander krachtvoer.
Zo blijft er van de eigen Nederlandse export van dierlijke eiwitten weinig over, en staan er wel enorme lasten voor het milieu, en de dieren tegenover. Alleen al de milieuschade wordt becijferd op €2 miljard. De schade aan de volksgezondheid door resistente bacteriën komt daar nog bovenop, net als de kapot gereden wegen op het platteland, niet vergoede waardedaling van woningen door de bouw van megastallen en natuurlijk niet te vergeten de €1 miljard die de burger om onbegrijpelijke redenen jaarlijks via Brussel aan de boeren geeft.

In het verlengde van de export-mythe ligt de fabel dat de landbouw goed is voor 10% van onze economie.
Flauwekul, de bijdrage van de boeren en tuinders is 1,6%. Bruto en inclusief bosbouw en visserij. Daar komt natuurlijk toelevering en verwerking bij, maar veel minder dan wordt gesuggereerd. Zuivelcoöperatie Friesland Campina bijvoorbeeld heeft ruim 26.000 werknemers. Maar daarvan werken er minder dan 6000 in Nederland.
Om het toe te spitsen op de bio-industrie, Marianne Thieme heeft, toen Bleker nog dacht hij de baas van de boeren was, er naar gevraagd. Zijn antwoord, zwart op wit: de bijdrage aan het bruto nationaal product van de bio-industrie is 0,3%. Dat was toen ongeveer €1,5 miljard. Alleen al afgezet tegen €2 miljard milieukosten is de bio-industrie dus voor Nederland een kostenpost van ongeveer €500 miljoen.
Ook dat is schijn, want die €1,5 miljard verdwijnt in de zaken van de boeren. Die € 2 miljard milieukosten mag de burger ophoesten. Net als de reparatie van de kapot gereden wegen en de waardedaling van z'n woning.

Terwijl alleen al de cijfers er om schreeuwen dat het hoog tijd wordt om te stoppen met de productie van dierlijke eiwitten gaat de uitbreiding van de veehouderij in een hogere versnelling gewoon door. Vooral in de melkveehouderij is het raak. Een en ander onder het motto dat Nederland een belangrijke rol vervult in het voeden van de wereld.
Je moet maar durven! Graan, tarwe en maïs van de Nederlandse akkerbouw zijn door het relatief korte groeiseizoen van zo'n slechte kwaliteit dat het alleen geschikt is als veevoer. Van de totale vleesproductie in de wereld levert Nederland ongeveer 1%. Marginaal dus. Van de totale melkproductie in de wereld levert Nederland ruim 1,5%. Maar ruim 70% van de wereldbevolking is lacto-intolerant, wat wil zeggen dat ze ziek worden van koemelk. Dat maakt de bijdrage van onze melkveehouders aan het oplossen van de honger in de wereld wel heel beperkt.

De tegenwerping vanuit de sector is doorgaans dat de veehouderij naast producten ook veel kennis over efficiënte productie aan de wereld schenkt. Nou ja, schenkt. Er moet natuurlijk wel voor betaald worden.
Maar ook die kennis zal voor de koper al snel een kat in de zak blijken te zijn. De twee pijlers waar de Nederlandse veehouderij op drijft, zijn: stapelen van dieren, en minachting voor het milieu. En zo exporteert Nederland geen efficiënte bedrijfsvoering voor veehouderij-systemen, maar dierenleed en milieuvervuiling.

marien abrahamse

12 mei 2014

Totaallandbouwer Joel Salatin gaat verder dan biologisch

Joel Salatin (1957) werd bekend door de bestseller The Omnivore's Dilemma van de Amerikaanse voedselschrijver Michael Pollan uit 2006. Pollan zet Salatin daarin neer als 'beyond organic': een boer die verder gaat dan biologisch. In 2011 riep Times Magazine Salatin uit tot de 'meest innovatieve boer ter wereld'. Mac van Dinther doet in de Volkskrant verslag van zijn bezoek aan Nederland.

Een citaat:
In 1961 kocht Salatins vader 200 hectare sterk geërodeerd land in Shenandoah Valley, Virginia. Dat is nu Polyface Farm: een bedrijf dat rundvlees, varkensvlees, kippen, eieren, konijnen en brandhout produceert. Alle dieren lopen buiten. Kunstmatige toevoegingen komen er niet in. 'In 53 jaar tijd hebben we niet één zak kunstmest gekocht.'
Hij geldt als de meest innovatieve boer ter wereld en predikt 'totaallandbouw'. De Amerikaan Joel Salatin bezocht Nederland en constateerde dat ons systeem kwetsbaar en uit balans is.
Wat Joel Salatins (57) eerste indruk van Nederland is? 'Flat as a pancake.' Maar ook: 'Ik heb sinds ik hier ben vaak mest geroken. Dat kan twee dingen betekenen: of Nederlandse boeren behandelen hun mest niet goed, of er is gewoon te veel van.'
Het is de eerste keer dat Salatin in Nederland is, maar wat hij er tot nu toe van heeft meegekregen, bevalt hem niet. 'Nederland is een overslagcentrum. Jullie importeren massaal veevoer en exporteren dat als vlees. Dat is niet in balans. Het is een kwetsbaar systeem dat drijft op goedkope olie.' En dat terwijl ons land volgens hem zo veel mogelijkheden heeft. 'Als ik jullie gras zie, loopt het water me in de mond.'

Een impressie over hoe het toegaat op zijn Polyface farm:



Joel Salatin sprak ook op het Film Food Festival. Wilbert van der Kamp schrijft daarover:


Salatin noemt zijn boerderij zelf een ‘lunatic farm’ en zichzelf de ‘no. 1 lunatic’, een plek waar de ‘kippen vrij zijn hun kipheid uit te leven’. En een plek waar hij nieuwe boeren opleidt en mensen altijd langs mogen komen om te kijken wat hij precies doet.

Het idee wat hieraan ten grondslag ligt is dat ‘een boerderij een plek is die goed moet ruiken en mooi moet ruiken’. Is dat niet zo, dan doe je iets niet goed. De natuur is goed zoals die is, en de mens hoeft niet bang zijn om daarop in te grijpen, zolang het maar op een manier is die ondersteunend is. En als het goed is kan dat zowel in het klein als in het groot.

‘E.coli, Gekke koeienziekte en voedselschandalen zijn er tekenen van dat de natuur ons smeekt constant haar grenzen uit te breiden’. Dus is het beter te werken met een systeem van meerdere jaren, met dieren die gewoon dier mogen zijn, en met als basis beweging en verandering. Door de natuur uit te dagen - door bijvoorbeeld varkens in een bos te laten rondscharrelen - wordt de natuur productiever en gezonder. Met niet maar één soort dieren, maar allerlei dieren en teelt door elkaar.

5 mei 2014

Agrarische bedrijfsvoering is funest voor de veldleeuwerik

Caspar Janssen interviewt in de Volkskrant van 3 mei Henk Jan Ottens, bioloog en werkzaam bij de Stichting Werkgroep Grauwe Kiekendief.
Een citaat:

‘Een veldleeuwerik heeft voor het uitbroeden van de eieren ongeveer twee weken nodig. Dat is niet lang voor een zangvogel. Daarna zitten de jongen gemiddeld acht dagen in het nest. Ze ontwikkelen in die periode sterke poten om weg te kunnen lopen. Na die acht dagen komen ze uit het nest en hebben ze nog zes dagen buiten hun nest, waarin ze hun vleugels ontwikkelen en een beetje kunnen fladderen. Daarna zijn ze nog een dikke tien dagen afhankelijk van hun ouders. Alles bij elkaar hebben ze dus 35 tot 40 dagen nodig om onafhankelijk te worden. Dat is niet veel, maar in de moderne landbouw gebeurt er in die periode bijna altijd wel iets waardoor het broedsel mislukt.
'De grootste valkuil is het grasland. Dat is misschien wel de beste habitat om te broeden, daar verstoppen ze graag hun nest in. Maar ze hebben simpelweg te weinig tijd. Tegenwoordig wordt vanaf het voorjaar gemiddeld om de 33 dagen gemaaid. Daar kunnen ze niet meer tegenop.
'Het lage broedsucces is de sleutelfactor in de achteruitgang van de veldleeuweriken. In mijn onderzoeksgebied bij Finsterwolde en Ganzendijk lopen gemiddeld anderhalf jong, waar ze drie jongen nodig hebben om de populatie op peil te houden. Dan moet je bedenken dat ze drie legsels per seizoen hebben en ieder legsel bestaat uit vier of vijf eieren. Van die drie legsels hoeft er dus maar 1 succesvol te zijn, drie jongen hoeven maar te overleven. Maar het lukt ze dus niet.
'Ik loop niet voor niets in dat gebied. In het agrarisch natuurbeheer gaat veel geld om, dus wil je ook weten wat dat oplevert. Het gaat dan vooral om de aanleg van kruidenrijke akkerranden. De veldleeuwerik foerageert daar wel, maar hij broedt er niet. Dat doet hij in de gewassen zelf. In dit gebied is dat veel wintertarwe, daar konden ze tot voor kort nog wel succes hebben, vroeg in het seizoen. Maar tegenwoordig komen daar de mestinjectoren. De nesten worden kapot gereden en er sleept ook nog eens een slang achteraan zodat die injector niet steeds terug hoeft naar de boerderij om de mesttank te vullen. Alle nesten gaan om zeep. Dat los je dus niet op met akkerrandenbeheer. Het enige gewas waarin veldleeuweriken nu nog een kans hebben in Oost-Groningen is luzerne. Maar luzerne wordt maar zeer weinig verbouwd.
'Wat kun je doen? Extensievere teelt zou helpen. Iets holler zaaien, dus minder dichte gewassen. Maar om te beginnen: de erkenning dat de schoonheid van het landschap ook belangrijk is. Er is zo veel leven verdwenen in korte tijd. En niet alleen de veldleeuwerik. Ik loop door die akkers en kan soms alleen maar denken: wat is het hier schrikbarend stil geworden.'

Tot zover de Volkskrant.
Klik hier voor het geluid van de veldleeuwerik.

20 februari 2014

Kunnen dierrechten beter gebruikt worden om duurzaamheid te bevorderen?

De Rabobank wil dat veehouders die duurzaam gaan werken, hun veestapel straks zonder verdere beperkingen mogen uitbreiden.

Veehouderij is per definitie niet duurzaam. Melk is, net als vlees, een volstrekt overbodig product dat een onevenredig grote aanslag doet op basisgrondstoffen als water, granen en andere eiwithoudende grondstoffen. Varkens en kippen worden in veel grotere aantallen gehouden dan voor de binnenlandse consumptie nodig is. In de huidige omvang van de veestapel is het een risico voor de volksgezondheid en een aanslag op natuur en milieu. Het doel van de meeste veehouders is niet om ons te voeden maar om via de export geld te verdienen.
De boeren en de banken gaan straks zelf bepalen wat onder duurzaam moet worden verstaan. De meeste betrokkenen in de veehouderij vinden dat ze al heel erg duurzaam bezig zijn, dus dat wordt lachen. Wedden dat ze er integraal duurzaam van gaan maken?
Hebben ze ook met de stallen gedaan. Dat werkt via een puntensysteem. Als er een dak op zit, een paar ramen en een deur, dan krijg je al punten, en dus subsidie. Ze hebben A-stallen en B-stallen. B-stallen zijn de meest duurzame. Het systeem is een paar jaar geleden ingevoerd. Het zwermt van de A-stallen, maar er staat, voor zover bekend, geen enkele B-stal.
De Rabobank heeft de afgelopen 50 jaar steeds de andere kant op gekeken als het om het milieu of dierenwelzijn ging. Zo lang het maar volgens de regels ging, was het de bank wel goed. Dat die regels niet deugden om het milieu en dierenwelzijn te beschermen is niet het pakkie-an van de bank. Nu niet, en straks niet.
Gemeenten bepalen hoe groot de stallen mogen worden. Melkveehouders mogen in 2015 net zoveel koeien houden als ze zelf willen. Varkens en kippenhouders houden voorlopig de dierrechten om een plafond in de aantallen aan te kunnen houden, maar dierrechten zijn a: te koop, en b: niemand controleert of zij stiekem niet meer dieren houden.
Merkwaardig, in de gemeenteraden en in Brussel wordt bepaald hoe ons platteland er uit gaat zien, en wat daar door boeren uitgespookt mag worden. En toch worden er zowel voor de raadsverkiezingen als de Europese verkiezingen een historisch lage opkomst verwacht.

Er zijn nog veel meer onderwerpen

Dit weblog toont hierboven de laatste bijdrage of een reeks die gaan over een bepaald onderwerp dat (in)direct dieren (be)treft. Door rekening te houden met de belangen van dieren en door kritisch te zijn naar de agrosector kunt u geld besparen.

U kunt meer weblogs vinden via het klikken hieronder op de labels die bij andere weblogs werden geplaatst of onderaan via de zoekmogelijkheid. Achter elk label het aantal weblogs dat daarover gaat.

Rechts, tussen de labels en onderaan aanbevolen boeken. Via het label "filmpje" vindt u alle blogs met een Youtube- of Uitzendinggemist-video.

Dit weblog in labels (+ aantal blogs).

aalscholvers (3) actie voeren (25) afleidingsmateriaal (4) afmaken (2) afschot (9) agrarisch (90) agressie (2) agrobusiness (12) agrolobby (6) agrosector (17) AID (1) akkerbouwers (2) akkerrand (7) ambivalentie (2) ammoniak (11) antibiotica (29) apen (9) APV (1) bacteriële infectie (14) bank (5) basisbehoefte (1) bedrijfsvoering (4) beheer (6) belanghebbende (2) belastingbetaler (7) belazeren (4) beleid (15) berengeur (1) bescherming (6) besmetting (12) besparing (1) bestaanszekerheid (2) betrokkenheid (3) bever (1) beverrat (3) bewustzijn (22) bezwaren (1) bijdrage (1) bijensterfte (8) bijvangst (4) bio-industrie (53) biobrandstoffen (4) biodiversiteit (22) biologische boer (22) biomassa (4) biomassavergisting (4) biotechnologie (1) biotoop (3) blank vlees (2) blauwtong (1) Bleker (41) bloedarmoede (1) bloeddruk (1) bodem (4) boek (45) boeren (26) boerenlogica (3) bonsai kitten (1) bont (11) boombruggen (1) Brambell (1) broedgebied (1) broeikaseffect (3) broeikasgassen (8) broodfokkers (3) bruinvis (2) burger (2) carnisme (1) castratie (8) celgetal (3) circus (11) CITES (2) CIWF (11) Club van Rome (2) CO2 (14) Comfort Class-stal (3) communicatie (2) concentratiekamp (1) consumptie (32) controle (6) crisiswet (1) damherten (3) debat (12) demagogie (65) depositie (2) depressiviteit (1) derogatie (6) dierenarts (2) Dierenbescherming (25) dierenleed (103) dierenmishandeling (12) dierenpolitie (1) dierenrechten (55) dierentuinen (9) dierenwelzijn (111) dierenwelzijnscoalitie (2) dierproeven (14) dierrechten (8) diervriendelijk (14) dierziekten (13) ding (2) dioxine (2) Dirk Boon (2) discriminatie (3) documentaire (1) doden (20) dodingsmethoden (4) dolfijn (7) doodknuffelen (1) doping (1) Drenthe (1) drogredenen (42) droom (1) duiventil (2) dumping (2) duurzaamheid (36) dwangvoedering (1) ecoduct (6) ecoduiker (1) ecologie (22) economie (39) edelhert (5) eendagskuikens (2) eenzaamheid (2) EHEC (10) EHS (29) eieren (12) eiwitconsumptie (4) ekoproducten (3) emancipatie (1) emissie (3) empathie (1) ESBL (8) ethiek (19) etikettering (7) etiquette (1) EU (27) evolutie (3) exoten (3) export (72) fairtrade (1) FAO (4) fauna (5) Faunafonds (1) faunapassage (3) fazant (4) fijnstof (12) filmpje (119) filosofie (9) flora (3) foie gras (3) fokkers (7) fosfaat (5) fourageergebied (2) fraude (3) Friesland (1) fruitariër (1) GAIA (3) gans (25) geboortekrik (1) gedrag (5) geiten (12) geld verdienen (16) gemalen (1) gentech (3) Gerstenfeld (2) geur (1) gevangenschap (6) gevoelens (10) gewasschade (5) geweten (6) gezelschapsdieren (2) gezond verstand (3) gezondheid (26) Gezondheids- en WelzijnsWet voor Dieren (6) gif (11) gigastal (3) Godwin (6) goudvis (1) graan (2) grasland (2) Greenpeace (3) grenzen (3) groeibevorderaars (3) groene energie (4) GroenLinks (7) grondgebonden (5) grondrechten (13) grondwet (3) H1N1 (1) H5N1 (5) H5N8 (2) haantjes (4) Halacha (1) halal (6) handhaving (5) hart- en vaatziekten (2) hazen (4) hengelsport (4) herkomst (1) hitte (1) HLS (1) hobby (1) Hofganzen (1) Holocaust (3) hond (13) honger (11) hoorzitting (1) horeca (1) houden van (1) Hubertuslegende (1) huisdieren (35) huishoudelijk geweld (1) humor (5) hypocrisie (8) idealen (3) imago (14) import (8) inbeslaggenomen (2) infectiedruk (2) inkomensschade (1) inkomenssteun (1) inkomsten (3) innovatie (2) insecten (4) inteelt (2) integriteit (3) intelligentie (7) intensieve veehouderij (43) internationaal transport (13) intrinsieke waarde (28) jacht (31) jagen (8) jagers (17) jongeren (1) joodse wetten (2) justitie (3) kaas (2) kadaver (2) kalkoen (2) kalveren (12) kanker (1) katten (7) kerstdiner (4) keukentafelgesprekken (1) keurmerk (9) kievit (5) kiloknaller (2) kinderboerderij (4) kinderen (7) kippen (32) kippenhouder (3) kippenkooien (3) kippenmest (2) klimaat (23) KNJV (2) KNMvD (1) koeien (16) koeienrusthuis (2) konijn (14) kooihuisvesting (4) koosjer (6) kosten (8) kostprijs (16) kraai (1) kunst (7) kwaliteit (5) kweekvis (2) kweekvlees (1) lacto-intolerant (1) land (5) landbouw (15) landschap (8) leeuw (1) legbatterij (3) letsel (1) levensstijl (2) liefde (4) Limburg (1) linoleenzuur (1) Llink (1) LNV (11) Loesje (2) LOG (1) looprichels (1) LTO (7) luchtvervuiling (2) luchtwasser (6) maaibeleid (2) malafide (1) Mansholt (1) markt (5) mastitis (3) McDonalds (3) mededogen (3) media (19) meerwaarde (2) megastallen (49) melkprijs (15) melkquotum (16) melkveehouders (45) mensapen (3) mest (21) mestnormen (3) mestoverschot (26) mestverbranding (1) mestvergisting (7) migratie (3) milieu (30) Milieudefensie (17) MKZ (1) mondiale voetafdruk (7) moraal (6) MRSA (13) muizen (4) muskusrat (7) mythen (2) natuur (35) natuurbescherming (10) natuurbrug (3) natuurgebieden (17) natuurlijk evenwicht (11) neonicotinoïden (2) nertsen (22) Noord Brabant (1) NVWA (2) offerfeest (7) olieslachtoffers (1) olifant (6) omega-3-vetzuren (2) onderzoek (31) ontbossing (5) onteren (1) onverdoofd (11) onverschilligheid (3) onwetendheid (2) oor aan naaien (2) Oostvaardersplassen (15) open stellen (4) opheffen (1) ophokken (3) oproep (2) opvang (4) orka (4) otter (1) Ouwehand (4) overbemesting (5) overlast (25) overproductie (11) paarden (9) paling (5) pandemie (1) paradox (1) PETA (4) Peter Singer (4) plantaardige voeding (16) platteland (7) plezierjacht (27) plofkip (13) pluimvee (3) politie (3) politiek (71) populatie (6) positieflijst (2) postduiven (4) preventie (3) prijs (6) prisoner's dilemma (2) productiebos (1) productiviteit (1) proefdieren (9) Proefdiervrij (3) prooidieren (2) protest (11) provinciaal (4) Provinciaal OntwikkelingsPlan (1) provincie (3) puppies (1) PvdD (145) PVV (5) Q-koorts (21) Raad Van State (1) raaigras (2) Rabobank (7) RAD (1) radioactiviteit (1) ramp (2) ratten (2) recept (1) Rechten Voor Al Wat Leeft (3) reclame (14) recreatiegebied (5) ree (2) Rekenkamer (1) rekenmodel (1) rendement (3) rentmeesterschap (2) resistent (8) respect (21) ritueel (20) roofvogels (12) ruimen (11) ruimtebeslag (3) saneren (2) schaalvergroting (15) schadevergoeding (15) schapen (4) scharreleieren (4) Schmallenbergvirus (1) seks met dieren (2) sexen (1) SHAC (1) shechita (1) slachten (44) slachterij (10) slavernij (3) slow food (2) soja (10) SOVON (1) speciësisme (8) speculatie (1) speelketting (1) spelen (1) spiritualiteit (4) staartknippen (1) stadsboeren (1) stal (3) stamping out (1) stierenvechten (6) stropers (3) subsidie (29) supermarkt (26) symptoombestrijding (1) taal (4) Thieme (27) tijgers (2) toekomst (8) Tom Regan (5) tonijn (1) TV (1) uitspoeling (5) uitstoot (3) uitvalspercentage (4) utilisme (1) vaccineren (2) valorisatie (2) vangstquota (1) varkens (61) varkensflat (4) varkensgriep (3) varkenshouder (8) vee-industrie (28) veehandelaren (3) veemarkt (1) veestapel (28) veevervoer (3) veevoeder (15) veganisme (15) vegetariër (8) vegetarisme (26) verantwoordelijkheid (10) verboden (13) Verburg (20) verdoven (8) vergassen (3) vergiftiging (5) vergoeding (7) vergunning (7) verjagen (3) verkiezingen (25) verloting (1) versnipperen (3) verveling (9) vervuiling (8) verwaarlozing (4) verzorging (3) vestiging (1) virus (7) vis (12) Vissenbescherming (3) visserij (21) vlees (82) vleeskuikens (17) vleestax (1) vleesvervangers (9) vlieg (1) vlinders (3) voeding (59) Voedingscentrum (2) voedingsvenster (1) voedingswaarde (3) voedseloverschotten (5) voedselprijs (9) voedselveiligheid (4) voedselzekerheid (11) Vogelbescherming (12) vogelgriep (17) vos (19) vrijheid (67) vuurwerk (3) VWA (2) Wakker Dier (38) walvis (9) wandelaar (1) waterkrachtcentrales (1) waterkwaliteit (3) waterschap (3) weidegang (33) weidevogels (20) Wereld Natuur Fonds (1) wereldmarkt (5) werkgelegenheid (1) wild (16) wildbeheereenheden (1) wildroosters (1) wildsignalering (3) wildviaduct (1) wildwissel (2) winstmarge (3) wol (1) wolf (4) WSPA (5) zeehond (4) zeereservaat (1) zeldzame dieren (4) zichtstal (4) ziektedruk (7) zoelen (1) zoönose (5) zorgboerderij (1) zorgplicht (2) zuivel (11) zwanendriften (1) zware metalen (1) zwerfdieren (3) zwijnen (5)

Zoeken op dit weblog, Animal Freedom, Wakker Dier, CIWF

Zoeken op dit weblog, Animal Freedom, Wakker Dier, CIWF

Steun Stichting Animal Freedom

Koop boeken via bol.com of Youbedo en steun ons werk.

Bol.com heeft veel, waaronder diervriendelijke kookboeken

Boeken algemeen

Koop boeken via YouBeDo en doneer 10% gratis aan de Animal Freedom Stichting

Dieren algemeen

Dier algemeen